In Nijmegen is er van 12 oktober tot en met 6 januari 2019, geopend dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00, in het museum het Valkhof een tentoonstelling over Maria van Gelre te zien. Dit t.g.v. de restauratie van het middels crowdfunding gerestaureerde unieke 15e eeuwse gebedenboek van Maria van Gelre.
Naast het gebedenboek van Maria van Gelre zijn er op deze tentoonstelling ook belangrijke andere zaken uit Gelre uit haar tijd te zien. Daaronder 2 schaakitems:
1. De tegelvloer uit de Nederlands Hervormde kerk in Heukelum
2. De 14e-eeuwse kaarsenkroon uit de Walburgiskerk van Zutphen. Het schaakmotief daarin is door Rob Spaans in zijn Reisgids voor Schaakliefhebbers beschreven.
De tegelvloer uit Heukelum (door Rob Spaans / Joris Leijten)
De Nederlands Hervormde kerk in het Gelderse Heukelum (thans gemeente Limgewaal bij Gorinchem) was de oorspronkelijke verblijfplaats van een middeleeuwse tegelvloer met onder meer een schaakbordpatroon. Restauratiewerkzaamheden tussen 1963-1966 werden, zoals gebruikelijk, gecombineerd met archeologische opgravingen. Daarbij vond men de tegelvloer met schaakbordpatroon, welke eeuwenlang verborgen lag onder een later aangelegde vloer. Deze tegelvloer met schaakbordpatroon, gedateerd op de 1325-1375, belandde na de restauratie in het depot van het Rijksmuseum in Amsterdam.
Het betreft 10 verschillende delen alsmede nog een aantal losse tegels van deze tegelvloer bestaande uit rood-geel, zwarte en groene geglazuurde tegels met verschillende patronen. De vloer moet om en nabij 7 bij 7 meter hebben gemeten. Geheel in depot 385 cm x 320 cm. Overigens vond men onder deze tegelvloer ook nog een oudere (13e eeuwse) bakstenen vloer.
Joris Leijten was de verkondiger van het heuglijke nieuws dat een deel van die tegelvloer recentelijk dat depot heeft verlaten voor een tijdelijk verblijf op de tentoonstelling in Museum het Valkhof te Nijmegen (foto links, met op de achtergrond de kaarsenkroon uit Zutphen). Juist het deel met het schaakbordpatroon is daar tentoongesteld. Zowel het bijschrift op de tentoonstelling als in de catalogus verwijzen echter niet expliciet naar het schaakspel. De vraag is dan ook gerechtvaardigd of het schaakbord-patroon van de tegelvloer echt bedoeld was als een verwijzing naar het schaakspel. Die vraag kan met een volmondig ja worden beantwoord als we archieffoto’s (vorige pagina midden) van de rest van de tegelvloer bestuderen. Daarop zien we namelijk duidelijk ook contouren van een bord voor het zogenaamde molenspel. De conclusie kan niet anders luiden dan dat de makers van de tegelvloer bedoeld hebben een aantal verschillende bordspellen af te beelden, waaronder dus het schaakspel.
De kaarsenkroon uit de Walburgiskerk in Zutphen
De 14e-eeuwse kaarsenkroon die normaliter in de Sint Walburgiskerk in Zutphen hangt is gemaakt van verguld smeedijzer en heeft een doorsnede van 2,5 meter. De op de kroon afgebeelde figuren vormen een beeldverhaal en op twee plaatsen in dat verhaal zien we een man en een vrouw met tussen hen in een voorwerp waarvan de experts denken dat het een schaakbord zou kunnen zijn. In de middeleeuwse symboliek zou dit schaakspel symbool staan voor de hoofse, eerbare en trouwe liefde, voor de kerk één van de elementen voor een goed en vroom leven.
Voor meer details lees het boek de Reisgids voor schaakliefhebbers van Rob Spaans en voor een eigen oordeel: bezoek de tentoonstelling.
Het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden is in Nederland het Rijksmuseum voor de middeleeuwen. Je zou je dus in de collectie van dit museum ook de nodige schaakstukken verwachten. Dit zeker als je ziet wat er in andere musea en op middeleeuwse kastelen over deze periode op het gebied van schaken te vinden is. Echter tot nu toe had ik daar nog nooit iets van gezien. En ik had ook al eens in de elektronische collectie op internet op termen als ‘schaken’, ‘schaakspel’ of ‘schaakstuk(ken)’ gezocht, maar dat gaf helaas 0,0 als resultaat.
Dus was ik heel plezierig verrast en verbaasd, toen ik (tijdens de opening van) de tentoonstelling middeleeuwse tuinen in het Rijksmuseum van Oudheden ineens een veelheid aan schaakzaken mocht aantreffen. Deze tentoonstelling is te zien van 3 mei tot en met 1 september 2019 en het betreft een grote tentoonstelling met ruim 200 objecten.
In de tentoonstelling geven archeologische vondsten en kunstwerken een beeld van de weelde, het belang en de diversiteit van tuinen in de westers-christelijke en de oosters-islamitische wereld tussen 1200 en 1600. Hierbij wordt getoond welke bloemen en planten in de middeleeuwse tuinen groeiden en zijn
er herbaria en verluchte boeken met oosterse en westerse bloemmotieven en gedroogde planten. Maar u treft er ook middeleeuwse gereedschappen, een opgegraven gieter, zaden en veertjes, valkenkapjes, schaakstukken, medicijnpotten muziekinstrumenten, tegeltableaus en servies met bloemmotieven aan.
De verschillende typen middeleeuwse tuinen krijgen op de expositie elk een eigen ‘kabinet.’ De tentoonstelling begint met een moestuin (waar men groente zoals kool een peen e.d. kweekte om als moes op te eten (vergelijk ‘appelmoes’) met middeleeuwse gieters en een duimgieter. Na de moestuin volgen de kruidentuin en de siertuin, het besloten hof, de lusthof, het liefdeshof en de ‘religieuze’ hortus conclusus voor de uitverkoren Maria en Jezus Christus in de rol van ‘tuinman.’ En de tentoonstelling eindigt uiteindelijk bij de paradijstuin.
Wist u dat ons word paradijs is afgeleid van het Oud-Perzische woord ‘pairidaeza’, dat zoiets als omheinde tuin betekent. Zowel in de koran als in de bijbel is het paradijs beschreven als een tuin met eeuwig stromende rivieren, groenblijvende planten en dier en mens in harmonie.
Maar voor ons als schakers is op deze tentoonstelling vooral de liefdestuin het Paradijs. Uit de begeleidende tekst bij de tentoonstelling geef ik het volgende citaat:
“Veel middeleeuwse bordspellen zijn zeer geschikt om buiten te spelen, zoals triktrak en schaken. Het schaakspel was vaak een aanleiding, of smoes, om je langdurig met één persoon te kunnen afzonderen. Schaakstukken worden regelmatig bij opgravingen gevonden, vaak op locaties van (voormalige) kastelen, maar ook op plekken in de stad.” En hier vinden we in een en dezelfde vitrine (afbeelding) zomaar ineens:
5 ivoren schaakstukken (1300-1500) gevonden bij de Aalmarkt in Leiden
een benen schaakpaard (1375-1425) opgegraven bij de Olofspoort in Amsterdam
een houten schaakstuk (1550-1600) opgegraven bij de nieuwe Herengracht in Amsterdam
een speelbord (1600-1650) opgegraven bij de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam
Ik heb op internet proberen na te gaan wanneer deze – mij tot nu toe onbekende – schaakstukken opgegraven zijn. Slechts het benen schaakpaard kon ik terugvinden. Dit schaakstuk werd aangetroffen bij stadsarcheologisch onderzoek dat in 1969 in Amsterdam plaatsvond bij de Olofskapel nabij de voormalige Olofspoort. Het schaakstuk bevond zich in de grachtvulling die afkomstig was uit de periode 1375-1425. Vandaar dat het stuk gedateerd wordt als zijnde afkomstig uit dezelfde periode. Hiermee behoort dit schaakpaard tot de oudst bekende schaakstukken in Nederland. Opvallend is ook de abstract vorm van het schaakstuk. Hiermee sluit dit schaakstuk aan op de sterk gestileerde Arabische traditie. Het schaakstuk, gesneden uit been, betreft een paard. De vorm bovenaan stelt het hoofd van het paard voor en de drie evenwijdige inkepingen duiden op het dragen van een schild. Verder verwijzen de verticale lijnen beneden naar de plooien van een toernooikleed.
Van de 5 ivoren schaakstukken gevonden bij de Aalmarkt in Leiden kon ik verder geen informatie vinden. Daarbij is de Aalmarkt een locatie in het centrum van Leiden waar reeds sinds ongeveer 1200 stedelijke bewoning plaatsvindt. Een gebied waar eerst een concentratie ambachtslieden, met name smeden en later schoenmakers en leerlooiers gewoond hebben. Vanaf circa 1276 werd in dit gebied het St.-Catharinagasthuis gesticht en in 1862 werd hier de Aalmarktschool gebouwd. In dit gebied heeft de laatste halve eeuw het nodige archeologisch onderzoek plaatsgevonden. En daarnaast is er uit de ophogingslagen tegen deze beschoeiingen van de kade en de nabijgelegen gracht het nodige archeologisch materiaal omhoog gekomen. Maar over de vondst van de 5 ivoren schaakstukken kan ik echter niets specifieks vinden.
Van het houten schaakstuk (1550-1600) opgegraven bij de nieuwe Herengracht in Amsterdam neem ik aan dat het stamt uit een van de vele uit de grachten opgegraven sliblagen. Slib werd in dit gebied in het verleden veel gebruikt ter ophoging van de kades. En anders kan het houten schaakstuk stammen uit een noodopgraving welke hier af en toe bij funderingswerkzaamheden nodig geweest zijn. Bij die nood-opgravingen werd dan veelal een oude beerput leeg gehaald.
En over het speelbord (1600-1650) opgegraven bij de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam kan ik ook geen nadere gegevens vinden. Overigens betreft het een speelbord uit leisteen, waar de velden met een scherp voorwerp ingekrast zijn. Het plaatje is een beetje onduidelijk maar het betreft duidelijk geen 8×8 velden. En verder ontbreekt (niet ongebruikelijk in die tijd) de zwart-witte inkleuring van de velden. Nadere toelichting ontbreekt, maar mij lijkt het een speelbord en geen schaakbord.
Maar ook de literatuur komt in de tentoonstelling uitgebreid aan bod. Daarmee is het volgende schaaktechnische object op de tentoonstelling een boek. We vinden in de tentoonstelling een afbeelding van schaken in de Perzische tuin (1556-1565) en het hierbij afgebeelde boek – geleend uit de universiteitsbibliotheek Leiden – met een afbeelding van Tristan en Isolde schakende in de liefdestuin. Hierbij een paar citaten van begeleidende teksten bij de tentoonstelling: Middeleeuwers waren gefascineerd door de tuin als oord van liefde, waar geliefden elkaar – in het geheim – konden ontmoeten en zich terugtrekken. De liefdestuin, van de rest van de wereld afgezonderd, zagen zij als de plek voor een schaakspel, voor muziek en dans, een gestolen kus en het liefdesspel zelf.” .
“De tuin is in de middeleeuwse literatuur de plek om neer te zitten of liggen met je geliefde. Tuinen zijn plaats van akte voor ontmoetingen met onmogelijke liefde, zoals bij Tristan en Isolde, of een gedroomde geliefde, zoals in de gedichten van Hafiz. Ook officiële paren, zoals koningskoppels in de Perzische Shanama (Boek der Koningen), worden beschreven en afgebeeld in een liefleke tuin, zittend op tapijten, goed voorzien van eten, drinken en muziek.”.
Het verhaal van Tristan en Isolde schakend in de liefdestuin is een literaire thema, dat in boeken maar ook op trippen (overschoenen) te zien is. De tentoonstelling toont ook nog een unieke leren snip die in 1979 in de binnenstad van Leiden, nabij de Boterwaag, gevonden werd. Want bij graafwerkzaamheden voor de aanleg van een rioolsleuf werden verscheidene laat- en postmiddeleeuwse ophogings- en afvallagen aangesneden en werden talrijke vondsten gedaan. Daarbij werd de leren snip in een ‘verrommelde’ berg uitgegraven grond gevonden. Een dergelijke vondst wordt door archeologen een ‘losse vondst’ genoemd, hetgeen wil zeggen dat een object los van zijn vondstcontext is aangetroffen en daardoor niet direct in verband gebracht kan worden met de overige artefacten of aanwezige grondsporen. Het leren trippenblad wordt gedateerd op circa 1400.
Een bijzonder detail: de trip ligt in een vitrine met een paar pullen, want “afbeeldingen van minnende paren in de tuin tonen meestal een karaf, glazen of een bierpul: kussen maakt dorstig.”.
De driehoekige trip is rijk versierd. De centrale voorstelling bestaat uit geliefden Tristan en Isolde aan weerszijden van een schaakbord (met maar 16 velden). Op de voorgrond bevindt zich een waterput en op de achtergrond een boom. En naast de schakende draagt het trippenblad de hoofse tekst ‘Altoes blide so wat ick lide’, hetgeen zoveel betekent als ‘steeds verheugd, (maar) evenzeer lijd ik’. De voorstelling is aangebracht volgens het procedé van het zogenaamde blinddrukken, waarbij het leer eerst vochtig werd gemaakt en daarna met een verwarmde metalen stempel werd bedrukt.
Dergelijke trippen werden meer in Holland gevonden. Ze vormden de bovenbladen van laatmiddeleeuwse slippers, een schoeiseltype dat, zo blijkt uit talrijke icono-grafische bronnen, vooral door vrouwen gedragen werd. De bovenbladen kunnen met verschillende voorstellingen versierd zijn, zoals fabeldieren, afbeeldingen van een bruid en bruidegom, of voorstellingen met de boomgaardscène uit de roman van Tristan en Isolde, waarvan sprake is bij dit exemplaar uit Leiden. Men vermoedt dat dergelijk rijk versierde trippen door de bruidegom als huwelijksgift aan de bruid werden geschonken. Bekend is ook dat in verschillende steden door het bruidspaar schoenen aan de bruiloftsgasten werden geschonken.
Bij de tentoonstelling hoort ook het boekje ‘Middeleeuwse tuinen – aardse paradijzen in oost en west, 1200-1600’. (96 pagina’s, full colour, prijs: € 12,50.) Dit boekje is gemaakt onder redactie van Annemarieke Willemsen, conservator collectie Nederland middeleeuwen van het Rijksmuseum van Oudheden. En dittentoonstellingsboekje is voor ons schakers nog een extra toegift met een hoofdstuk ‘schaken in de tuin’ en met een aansluitend hoofdstuk ‘Tristan en Isolde in de boomgaard. Dit laatste hoofdstuk met een afbeelding van het boek waarin Tristan en Isolde in de liefdestuin zitten te schaken, alsmede met een verwijzing naar een trip (de overschoen, aanwezig in de tentoonstelling), waarop ditzelfde te zien is.
En de hoop is natuurlijk dat we in de nabije toekomst meer (middeleeuwse) schaakobjecten in het RMO gaan aantreffen.
Een korte samenvatting over de Lewis schaakstukken. In 1831 werd op het Schotse eiland Lewis een flinke verzameling ivoren voorwerpen gevonden. Van die verzameling waren tot dusverre 93 stuks geïdentificeerd en gelokaliseerd. Het gaat om 78 schaakstukken, 14 andersoortige speelstukken en 1 gesp. Ze zijn in de tweede helft van de 12e eeuw gemaakt. Het grootste deel van de Lewis schat, namelijk de gesp plus de andersoortige speelstukken en 61 schaakstukken, bevinden zich nu in het British Museum in Londen. In het Museum nan Eilean in Stornoway (op het eiland Lewis) bevinden zich 6 schaakstukken, die het British Museum aan de eilanders in permanente bruikleen heeft gegeven. De resterende 11 schaakstukken bevinden zich in het National Museum of Scotland in Edinburgh. In totaal zijn er 8 koningen, 8 dames, 16 lopers, 15 paarden, 12 torens en 19 pionnen, hetgeen doet vermoeden dat er ooit 4 complete schaaksets waren. Dat zou betekenen dat we nog op zoek zijn naar 1 paard, 4 torens en 45 pionnen.
En nu is er dan waarschijnlijk een van die ontbrekende schaakstukken, een toren, gevonden. De woordvoerder van de familie die het schaakstuk bij Sotheby’s heeft aangeboden kon de geschiedenis van het schaakstuk vanaf 1964 nauwgezet uit de doeken doen. Zijn grootvader was toentertijd antiekhandelaar in Edinburgh en hield zijn aankopen keurig in de boeken bij. Die boeken zijn altijd bewaard gebleven en daarin staat dat de antiekhandelaar het Lewis schaakstuk in 1964 van een collega had gekocht voor het luttele bedrag van £ 5,-! De aankoop werd ingeboekt als een “Antiek Strijder Schaakstuk van walrustand” en het werd opgeborgen. Beide handelaren hebben zich nooit gerealiseerd dat het om een schaakstuk gaat dat mogelijk deel heeft uitgemaakt van de beroemde en kostbare Lewis schat. Na de dood van de antiekhandelaar erfde de moeder van de woordvoerder het bijna 9 centimeter hoge schaakstuk. Al had ook zij er geen benul van wat ze in handen had, het schaakstuk had voor haar een bepaalde magische aantrekkingskracht en ze bewaarde het zorgvuldig opgeborgen in een lade. Af en toe haalde ze het kleinood te voorschijn om het te bewonderen.
Waarom het schaakstuk nu dan toch bij Sotheby’s is aangeboden is niet bekend. Het veilinghuis heeft er circa 6 maanden over gedaan om de authenticiteit van de Lewis toren te onderzoeken. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is de kleur van het nieuw ontdekte Lewis schaakstuk. Het heeft namelijk een veel bruinere tint dan de 78 andere Lewis schaakstukken, die een veel meer bleke ivoorkleur hebben.
Desondanks heeft het onderzoek door de experts van het veilinghuis in elk geval hun twijfels over de authenticiteit van dit schaakstuk weggenomen. Daarom heeft men nu de vondst wereldkundig gemaakt en aangekondigd dat het schaakstuk op 2 juli 2019 bij Sotheby’s zal worden geveild. Het veilinghuis schat dat de uiteindelijke verkoopprijs ergens tussen de £ 600.000 en £ 1.000.000 zal liggen.
Het succes van de dubbeltentoonstelling Erwin Olaf is voor het Gemeentemuseum en Fotomuseum Den Haag aanleiding om in beide musea de tentoonstelling te verlengen tot en met zondag 16 juni.
Erwin Olaf is trots op het grote succes Ik heb dit vooraf niet zien aankomen. Je hoopt natuurlijk wel dat mensen enthousiast reageren wanneer je al die veertig jaar werk bij elkaar toont en de mensen uitnodigt om in jouw wereld te stappen. Het voelt voor mij ook kwetsbaar. Dat mensen laten blijken dat ze geraakt zijn door mijn werk ontroert me enorm.
Op dinsdagmiddag 16 april werd de 200.000ste bezoeker van de dubbeltentoonstelling Erwin Olaf feestelijk ontvangen in het Gemeentemuseum. De 200.000ste bezoeker werd door Erwin Olaf zelf gefeliciteerd. Ook ontving ze van hem een exemplaar van zijn boek ‘Erwin Olaf – I Am’ dat hij ter plekke voor haar signeerde.
Sara Rothé
En als u de tentoonstelling toch bezoekt, kijk dan als geïnteresseerd schaakreiziger in het Gemeentemuseum ook eens naar het poppenhuis uit circa 1745 van Sara Rothé:
Het Gemeentemuseum Den Haag en het naastgelegen Fotomuseum houden van 16 februari t/m 12 mei 2019 een dubbeltentoonstelling met foto’s van Erwin Olaf. Dit als eerbetoon aan één van Nederlands meest beroemde foto-grafen, Erwin Olaf, (eigenlijk Erwin Olaf Springveld) die dit jaar zijn zestigste verjaardag viert. Erwin Olaf heeft tentoonstellingen in binnen- en buitenland gehad en prestigieuze opdrachten mogen uitvoeren. Zo maakte hij portretten voor het Nederlands koningshuis en een ontwerp voor de munt van Willem Alexander. Zijn fotografisch werk maakt deel uit van het Nederlands erfgoed en een ‘kerncollectie’ van zijn werk bestaande uit bijna 500 afdrukken, portfolio’s, video’s, magazines, boeken en posters is sinds mei 2018 in de collectie van het Rijksmuseum opgenomen.
In de dubbeltentoonstelling toont het Fotomuseum werk uit Erwin Olaf zijn ‘vroege periode’, grofweg de periode 1980 tot 2000. Daarbij toont het fotomuseum nog een overzicht van zo’n twintig fotografen die een inspiratiebron voor Erwin Olaf hebben gevormd. En het gemeentemuseum belicht de latere periode, de periode waarin Erwin Olaf de ontwikkeling doormaakte van een analoog werkende fotojournalist naar een digitale beeldmaker en verhalenverteller. Deze tentoonstelling eindigt in het heden, namelijk bij Erwin Olaf zijn meest recente, nog niet eerder getoonde serie Palm Springs.
Bij de vroegste werk van Erwin Olaf (welke nu in het fotomuseum te zien is) hoort ook de serie Chessmen. In deze serie geeft Erwin Olaf zijn interpretatie van de alle 32 (zie ook hier) schaakstukken middels een reeks symbolische tableaux vivants. Ter verbeelding van de verhoudingen tussen koningen, lopers, paarden, torens en pionnen zijn de fier poserende modellen met bizarre (heersers- en overheersings-) attributen uitgerust, waaronder gehoornde en bepluimde helmen, zwepen, bullenpezen, spinrag, touwen, riemen en tuigjes, kunstpenissen en meer. 32 Vervreemdende zwart/wit foto’s van schaakstukken, zoals hierboven getoond. Voor deze serie Chessmen uit 1988 ontving Erwin Olaf destijds de prijs voor jonge Europese fotografen.
De tentoonstelling ‘De Communisten. In Verzet tegen Fascisme en Kapitaal’ toont de geschiedenis aan de hand van vele verzetsposters, kranten, foto’s, videomateriaal en muziekfragmenten. De verhalen van het communistisch verzet komen tot leven in historische verzetsobjecten uit Nederland en Duitsland: van een stencilmachine waarmee De Waarheid werd gedrukt tot sabotagegereedschap waarmee treinen werden ontspoord.
De vervolging van de communisten wordt vertelt aan de hand van bijzondere documenten en objecten..Een van de topstukken van deze tentoonstelling is een schaakspel van verzetsman Nico Mourer (1900-1965) dat gemaakt is van … brood!
Net als Dr. B. uit Schaaknovelle was Nico Mourer gevangen gezet door de nazi’s. Ter afleiding van de ontberingen en verveling had hij een schaakspel gemaakt. Het enige materiaal dat daarvoor beschikbaar was waren broodkruimels. Mourer maakte dit schaakspel tijdens zijn gevangenschap in het Huis van Bewaring in Groningen in 1941. Sindsdien heeft hij het altijd bewaard in een pillendoosje. Mourer belandde later in het concentratiekamp Sachsenhausen, maar wist de oorlog te overleven.
Omdat Mourer had meegevochten bij de Republikeinen in de Spaanse Burgeroorlog, was hem al voor de Tweede Wereldoorlog zijn Nederlands staatsburgerschap en paspoort ontnomen. Ondanks Mourers verdiensten voor het Verzet weigerde de Nederlandse regering lange tijd hem het Nederlands staatsburgerschap terug te geven. Pas in 1963 werd dit onrecht hersteld. In het boek Raadselvader van de dochter van Berry Withuis, Jolande Withuis, kunt u op de bladzijden 179 tot 182 een korte levensbeschrijving over Nico Mourer vinden.
In het tv-programma De Strijd van BNNVARA van 10 november 2015 liet een kleindochter het schaakspel en de Franse onderscheiding zien. Die beelden kunt u zien via https://programma.bnnvara.nl/de-strijd/media/349089. Hieronder foto’s van dit schaakspel zoals het staat opgesteld bij de tentoonstelling in het Nationaal Bevrijdingsmuseum en zoals opgeborgen in het pillendoosje.
De tentoonstelling is wegens succes verlengd t/m 31 maart 2019
Tentoonstelling in Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek
oktober 2018
Tentoonstelling De Communisten – In Verzet tegen Fascisme en Kapitaal in het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek
Van 23 februari t/m 3 juni 2018 wordt in het Museum Catharijneconvent de tentoonstelling Magische miniaturen gehouden. Deze tentoonstelling toont minutieus geschilderde illustraties (zogenoemde miniaturen) uit middeleeuwse handschriften. Daarop zijn in vele heldere kleuren allerlei tot in detail uitgewerkte bloemen, dieren, fantasiewezens, ridders en jonkvrouwen, en nog veel meer te zien.
En in de tentoonstelling worden middeleeuwse handschriften uit wel vijftien verschillende Nederlandse collecties samengebracht. Daaronder middeleeuwse handschriften en boeken uit de Koninklijke Bibliotheek, uit het Rijksmuseum, uit Museum Meermanno en uit de universiteitsbibliotheken van Utrecht, Groningen en Leiden.
Bijzonder voor de schaakverzamelaars is dat op deze tentoonstelling ook de roman Walewein en het zwevende schaakspeluit de Universiteitsbibliotheek van Leiden te zien is. Dit exemplaar is het enige nog bestaande volledige exemplaar van deze middeleeuwse ridderroman. Daarnaast bestaat er slechts een incompleet exemplaar van later datum in de universiteitsbibliotheek van Gent.
De roman Walewein en het zwevende schaakspel is geschreven door de schrijvers Penninc en Pieter Vostaert. Penninc begon het boek rond 1250 en heeft de eerste circa 8000 versregels geschreven. Men vermoedt dat Penninc, wat waarschijnlijk een artiestennaam was iemand die kennelijk geregeld een tekort aan geld had, vanwege gezondheidsredenen het werk niet kon afmaken. Pieter Vostaert heeft de roman daarna voltooid, namelijk door er nog zo’n 3300 verzen aan toe te voegen. Het bewaard gebleven exemplaar is door een kopiist gedateerd op M CCC en de L.
Dit laatste exemplaar van de roman Walewein en het zwevende schaakspel is zelden voor het publiek te zien. De laatste keer dat dit gebeurde was 5 jaar terug, in 2013 in Leids stedelijk museum De Lakenhal (aan de Oude Singel gelegen) in een tentoonstelling Wereldschatten, met de ondertitel Van Cicero tot Erwin Olaf; Ontdek de bijzondere collecties van de Universiteit Leiden.
Bij die tentoonstelling uit 2013 hoorde ook een begeleidende boekje, waarin het volgende over de roman Walewein en het zwevende schaakspel geschreven werd:
“Dit beroemde manuscript in het Middelnederlands ligt opengeslagen op de miniatuur met ridder Walewein die het zwevende schaakbord achtervolgt. Volgens het verhaal volgt Walewein dit mysterieuze schaakbord nadat koning Arthur zijn ridders had uitgedaagd het voor hem op te halen. De miniatuur is opvallend door zijn rode achtergrond. Opmerkelijk is ook het schaakbord zelf; het heeft 56 velden in plaats van 64. Dit is mogelijk niet zozeer het resultaat van een fout van de tekenaar alswel een vroege poging om perspectief te suggereren. Waarschijnlijk was de miniatuur oorspronkelijk geheel ingekleurd; her en der zijn nog resten van andere kleuren te ontdekken. De tekst op de rechterpagina opent met een met fijn penwerk versierde letter.” (Zie artikel uit 2013).
De tentoonstelling in Utrecht is een goede kans om dit laatste exemplaar te gaan bekijken. En het boek ligt nog ook nog eens open op de pagina van met het miniatuur van het zwevende schaakspel (afbeelding boven).
Overigens zien we dit zwevende schaakspel ook afgebeeld in het Koopmanshuis in het Archeon in Alphen aan de Rijn (zie daarvoor de onlangs verschenen ‘Reisgids voor schaakliefhebbers’ van de hand van Rob Spaans.) En in 1966 is er een Nederlandse postzegel verschenen voor deze middeleeuwse roman (in een serie over Nederlandse literatuur). Echter op die postzegel was, om welke reden dan ook, nog slechts Walewein te zien en was het zwevende schaakspel dat rechts boven de ridder te zien zou moeten zijn er simpelweg ‘afgeknipt’.
Subtitel: ‘hij veroorzaakte meer schade (voor de Katholieke kerk) dan Luther en Melanchthon’.
Het is niet naast de deur, maar in het Stadmuseum Jena is er van 31 oktober 2017 tot en met 4 maart 2018 een tentoonstelling met als beeldbepalende affiche de afbeelding van het schilderij hiernaast.
Onderwerp van de tentoonstelling is Keurvorst Johann Friedrich I van Saksen (1503-1554) en meer specifiek de periode dat hij na de slag bij Mühlberg an der Elbe (24 april 1547) de gevangene van Keizer Karel V was.
De poster van de tentoonstelling toont een schilderij van Samuel Blättner, in privébezit van Thomas Thomsen, welk schilderij ook zelf op de tentoon-stelling te zien is. Het schilderij verbeeldt de beroemde scène, waarin Keurvorst Johann Friedrich (rechts afgebeeld), tijdens een partij schaken met de eveneens gevangen genomen Hertog Ernst van Braunschweig, zijn doodvonnis te horen krijgt. Overigens is het doodvonnis nooit voltrokken, maar is Keurvorst Johann Friedrich na 5 jaar gevangenschap naar zijn Hertogdom Saksen teruggekeerd.
Iets meer dan 500 jaar geleden, op 31 oktober 2017, spijkerde Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk te Wittenberg. Daarmee werd er een revolutie in de toenmalige Katholieke kerk veroorzaakt. Deze gebeurtenis wordt nu gezien als het begin van de Reformatie. Keurvorst Johann Friedrich I van Saksen was de beschermheer van Maarten Luther. En nadat Maarten Luther op de rijksdag te Worms voor keizer en vorsten geweigerd had zijn geschriften te herroepen, deden zowel de Paus als de Keizer Maarten Luther in de ban. Deze kerkelijke en wereldlijke ban betekende dat iedereen Maarten Luther ongestraft kon doden en dat niemand hem mocht helpen. Maar keurvorst Johann Friedrich liet Luther na zijn terugkomst van de rijksdag ontvoeren naar het slot de Wartburg bij Eisenach.
En als u toch in de buurt bent, de Wartburg (naamgever van het Oost-Duitse automerk) is ook zeer bezienswaardig (zie foto).
Op de Wartburg liet Maarten Luther zijn haren groeien en hij dook onder als jonker Jörg. En op de Wartburg vertaalde Luther in recordtijd de bijbel, tot dan toe alleen beschikbaar in het Latijn, in het Duits. Een historisch zeer belangrijke gebeurtenis, want hiermee werd de bijbel voor het eerst voor veel meer mensen toegankelijk.
Maarten Luther verkreeg veel aanhangers en er ontstond een wereld waarin ook vorsten moesten kiezen tussen het Katholieke en het Protestantse geloof. Uiteindelijk leidde dit alles op 24 april 1547 tot een veldslag tussen het leger van Keizer Karel V en het leger van Keurvorst Johann Friedrich I van Saksen bij Mühlberg an der Elbe. Een veldslag welke Keurvorst Johann Friedrich I van Saksen verloor. Dit met name door het verraad van zijn neef Maurits van Saksen, Lutheraan en oorspronkelijk ook een fel tegenstander van keizer Karel V. De aanvoerders van het zogenoemde Smalkaldisch Verbond, Keurvorst Johann Friedrich en Hertog Ernst van Braunschweig werden gevangen genomen. En Keurvorst Johann Friedrich werd ter dood veroordeeld, een vonnis welke hij tijdens een partijtje schaken te horen kreeg.
De scène met de doodsboodschap aan het schaakbord is vaker op een schilderij afgebeeld. Zo zullen de meeste leden van de Motiefgroep bijgaande ansichtkaart wel kennen. Het toont een schilderij uit circa 1548-1554 (exacte jaartal niet bekend) van Jan Cornelisz Vermeyen. Het schilderij zelf hangt in het Schloßmuseum in Gotha.
Links op het schilderij zien we Keurvorst Johann Friedrich I van Saksen die zijn doodvonnis te horen krijgt, maar uiterlijk onbewogen zijn schaakpartij voorzet. Van de rechter persoon is lange tijd aangenomen dat dit zijn medegevangene Hertog Ernst van Braunschweig zou zijn, inmiddels wordt echter veronderstelt dat het een anonieme Spaanse bewaker is. Vergelijk de afgebeelde personen overigens eens met die van het schilderij van Samuel Blättner.
Het schilderij van Jan Cornelisz Vermeyen is geschilderd in Brussel en bekend is dat Keurvorst Johann Friedrich het zelf, terwijl hij op dat moment nog de gevangene van Karel V was, in opdracht heeft gegeven.
Johann Friedrich werd dus gevangen genomen en ter dood veroordeeld, maar het vonnis werd veranderd in een levenslange gevangenschap. Uiteindelijk was hij 5 jaar de gevangene van Keizer Karel V. In die periode reisde hij als gevangene in het gevolg van Karel V mee door heel Europa. Wel verloor hij een groot deel van zijn Hertogdom Saksen, waaronder onder andere zijn slot Hartenfels bij Torgau en de Universiteitsstad Wittenberg, alsmede de keurvorstelijke rechten aan zijn verraderlijke neef Maurits van Saksen. Maurits werd hiervoor in Saksen “de Judas
van Meissen” genoemd.
(Keurvorst is een waarschijnlijk voor velen onbekend begrip. Maar in die tijd was de Keizerkroon niet erfelijk van vader op zoon en de Keurvorsten waren die vorsten welke, na de dood van de vorige keizer, verantwoordelijk waren voor het kiezen van een nieuwe keizer.)
De tentoonstelling in Jena gaat met name over de 5 jaar dat Johann Friedrich als de gevangene van Keizer Karel V in diens gevolg door heel Europa meereisde. Zo stond hij gedurende deze gehele periode in contact met zijn vrouw Sibylle van Jülich-Kleve-Berg, hij regeerde zijn Hertogdom Saksen op afstand en gaf opdracht voor onder andere de stichting van de Universiteit Jena en voor de bouw van het Jachtslot ‘Fröhliche Wiederkunft.’ In 1552 werd Johann Friedrich begenadigd en keerde hij naar zijn Hertogdom Saksen terug.
In de tentoonstelling is te zien hoe Johann Friedrich zijn tijd in gevangenschap zo vorstelijk mogelijk probeerde door te brengen. Dit onder anderen met het spelen van schaken en van diverse kaartspelen.
En hoewel het Karel V gelukt was om de protestantse legers te verslaan, lukte het hem uiteindelijk niet om de eenheid in zijn rijk te herstellen en om het katholicisme weer als staatsgodsdienst ingevoerd te krijgen. In 1555 werd de Godsdienstvrede van Augsburg getekend waarin werd gesteld dat de religie van de vorst ook de religie van het gebied zou worden.
Op 4 maart 2018 om 15 uur eindigt de tentoonstelling in het Stadtmuseum Jena met een sluitings-bijeenkomst (dat is weer eens wat nieuws). Adres: Stadtmuseum Jena, Markt 7, Jena www.stadtmuseum-jena.de.
In het Nationale Militaire Museum, Verlengde Paltzerweg 1, 3768 MX Soest wordt tot 27 augustus 2017 een bijzondere tentoonstelling gehouden over Genghis Khan (Turks:Timucin) (1162 – 18 augustus 1227)
Er zijn meer dan 200 topstukken uit het Inner Mongolia Museum in Hohhot (China, Binnen Mongolië). Onder meer een gouden zadel uit de tijd van Genghis Khan, zoals alle getoonde objecten, maakt deel uit van de tentoonstelling, alsmede fluitende pijlen, een compositen boog (uit twee materialen vervaardigd), gouden sieraden en een schaakbord en schaakstukken. De objecten zijn nooit eerder vertoond buiten China, het NNM heeft de primeur. Ze maken deel uit van de tentoonstelling “Genghis Khan, wereldveroveraar te paard”.
Genghis Khan.
Hij volgde zijn vader Yesükhei op als leider van een Mongoolse stam en verenigde later de Mongoolse en Turkse stammen tot een confederatie. Na de onderwerping van vele stammen van Mongolië en het vestigen van zijn hoofdstad in Karakoroem, hield hij een grote vergadering, een khuriltai, waarbij hij de leiding van de Mongolen op zich nam en zijn titel Genchis Khan aannam. Hij stelde een gedragscode in, de yasak, en reorganiseerde zijn legers.
Zijn jeugd was niet gemakkelijk. Toen hij negen jaar oud was, huwelijkte zijn vader hem uit. Hij moest bij de familie van zijn toekomstige vrouw wonen tot hij de huwbare leeftijd van 14 zou bereiken. Met deze vrouw , Börte, is hij getrouwd en kreeg hij meerdere kinderen, waaronder vier zonen: Jochi, Chaqatai, Ögedei en Tolui.
Dzjengis Khan geloofde in meritocratie, leiders die werden gekozen op grond van prestaties en capaciteiten. Dzjengis Khan was godsdienstig en de Mongolen respecteerden in gelijke mate de „Eeuwige Blauwe Hemel“ (Munkh Huh Tenger) en de berg in centraal Mongolië, „Burhan Haldun Uul“, waar hij vaak vóór veldslagen bad.
In de praktijk keek hij bij zijn veroveringen, zoals andere “grote`leiders, niet op een paar levens meer of minder. Op het hoogtepunt van zijn macht heerste hij vanaf China tot en met Polen. Vlak voor zijn dood verdeelde Dzjengis Khan zijn imperium onder zijn vier zonen. Het einde van één van de grootste rijken ter wereld.
Mongools schaakspel. 1644-1911 (Qing-dynastie)
Sommige mensen doen naast Mongools worstelen, paardrijden en boogschieten mee aan lokale wedstrijden en spelen tijdens Naadam, zoals kameelracen en Mongools schaken. Mongools schaken is erg populair bij de Mongolen. De stijl en stukken van het Mongools schaken lijken op die van gewoon schaken, maar er zijn wel wat kleine verschillen. Het wordt in het Mongools Shatela genoemd en is een oud en uniek spel dat op de steppen werd gespeeld.
Deze porseleinen schaakstukken verbeelden mensen die op leeuwen en paarden rijden. De combinatie van de symbholiek van het paard en het typisch Chinese porselein is een goed voorbeeld van de samenkomst van de Mongoolse en de Chinese Han-beschaving tijdens de Yuan-dynastie.
De foto’s boven zijn van Rob Spaans. Deze zijn gemaakt tijdens zijn bezoek aan het museum.
Het begint al een traditie te worden; op 1 januari zijn alle musea dicht, maar niet het Schaakstukkenmuseum in Rotterdam. Dit museum gelegen in de Kubuswoningen in Rotterdam, is op 1 januari juist extra gezellig met gratis frisdrank, hapjes en ook nog eens de livemuziek van ‘De Balcony Players.’ Daarbij heeft het schaakstukkenmuseum op 1 januari de prijsuitreiking van de jaarlijkse schaakstukkenontwerpwedstrijd.
Om circa 14.00 uur begon het ‘officiële gedeelte. Eerst liet de jarige directeur Ridder Dijkshoorn de kunstenaar Felix Albers aan het woord te laten. Felix heeft (buiten de ontwerpwedstrijd om) een nieuwe variant van het schaakspel ontworpen, ‘Paco Saco’, hetgeen in het Esperanto ‘vredesschaak’ betekent. Paco Saco is een schaakvariant met nieuwe spelregels, waarbij de stukken elkaar niet slaan (en van het bord verwijderen), maar samen in omhelzing verder gaan. (zie afbeelding hiernaast.) Felix is op dit moment bezig met het laten produceren van dit schaakspel en hoopt komende voorjaar dit spel op de markt te kunnen brengen.
Daarna was het tijd voor de prijsuitreiking van de schaakstukkenontwerpwedstrijd. De eerste prijs ging dit jaar naar het puzzelontwerp van Yanna Pelser. Met 283 van de 850 stemmen was zij een overtuigende winnaar. Het winnende ontwerp ‘puzzelschaak’ is een fraai uitgevoerd schaakspel waarbij alle schaakstukken gemaakt zijn van puzzelstukjes. En dat vormgegeven op een ook uit puzzelstukjes opgebouwd schaakpuzzelbord. Daarbij is het Yanna gelukt om alle schaakstukken, vanaf de koning met een duidelijk kroontje, via het moeilijk met puzzelstukjes in elkaar te zetten paard, tot aan de pionnen er herkenbaar uit te laten zien. En voor wie ook graag een puzzelschaakspel wil: Yanna denkt nog na over een optie om het puzzelschaakspel als bouwpakket te kunnen leveren.
Het winnende ontwerp krijgt een plaatsje in het Schaakstukkenmuseum, zodat het naast de winnaars van de eerdere edities van de schaakstukkenontwerpwedstrijd te bewonderen is.
Yanna Pelser won met ruime voor-sprong met 283 stemmen (33%) van de 850 uitgebrachte stemmen. De 2e plaats was voor het schaakspel ‘USB Chess’ van Kiki van der Heiden met 189 stemmen (22%), 3e werd ‘fantasiespel met waterelfjes’ van Ivanka Kovacs, (de winnares van vorig jaar) met 161 stemmen (19%), 4e werd ‘Andalusië’ van Jan de Visser met 93 stemmen (11%), 5e ‘Aluminium Chess’ van F.G. Mellink met 72 stemmen (8%) en 6e ‘Super Mario’ van Daniël Kaper met 52 stemmen (6%). Overigens werden er dit jaar ruim meer stemmen uitgebracht dan in 2015. Dit keer waren er 850 stemmen, in 2015 maar 625.
En ook in 2017 is er een schaakstukkenontwerpwedstrijd, dan ook weer met een eerste prijs van € 1000,- De zelfgemaakte schaakspellen kunnen nog tot 4 maart 2017 bij het schaakstukkenmuseum afgeleverd worden. Diezelfde avond, tijdens de Rotterdamse Museumnacht, zullen alle inzendingen dan voor het eerst te zien zijn. En vanaf de museumnacht tot eind 2017 kunnen de bezoekers dan op hun favoriete ontwerp stemmen. En schrijf maar alvast in uw agenda: 1 januari 2018 is de prijsuitreiking van de schaakstukkenontwerpwedstrijd 2017. Zie voor meer informatie de site van het schaakstukkenmuseum op www.schaakstukkenmuseum.nl