Het jaar 2013 staat in het teken van de bijzondere relatie tussen Nederland en Rusland; het Rusland-jaar. Onder andere hebben Nederland en Rusland een bijzondere band met elkaar omdat Tsaar Peter de Grote (1672-1725) in 1697 een uitgebreide studiereis – incognito onder zijn schuilnaam Pjotr Michajlov – naar het door hem bewonderde Nederland ondernam. Hier leerde hij de kneepjes van het scheepsbouwen en deed hij een grote hoeveelheid andere wetenschappelijke kennis op, van geneeskunde tot schilderkunst. Later terug in Rusland moderniseerde Peter de Grote Rusland naar Westers voorbeeld. Peter hervormde het leger, de kerk, handel, nijverheid, onderwijs en volksgezondheid en versterkte Rusland tot een Europese grootmacht. En hij verliet de oude hoofdstad Moskou en stichtte een nieuwe hoofdstad Sint Petersburg.
De band tussen Nederland en Rusland werden in 2009 verstevigd door de opening van de Hermitage Amsterdam, een satellietmuseum van de Hermitage in Sint. Petersburg. En in het Ruslandjaar 2013 is er in de Hermitage Amsterdam een tentoonstelling onder de titel “Peter de Grote, een bevlogen tsaar.’ De tentoonstelling duurt van 9 maart tot 13 september 2013
Tot en met 30 juni 2013 is er in het Leidse stedelijk museum De Lakenhal (aan de Oude Singel gelegen)een bijzondere tentoonstelling getiteld Wereldschatten met als ondertitel Van Cicero tot Erwin Olaf. Ontdek de bijzondere collecties van de Universiteit Leiden ingericht.
Ongetwijfeld kent u de middeleeuwse ridderroman van Walewein en het zwevende schaakbord, een handschrift op perkament uit West-Vlaanderen (±1350). De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde kreeg het in 1789 van ene Alewijn (nomen est omen?) als legaat.
Onder nummer 9 bevindt zich het origineel van dit handschrift. Ik neem de korte omschrijving uit het begeleidende boekje in zwartwit – Er bestaat ook een foldertje in kleur – over deze tentoonstelling over:
“Dit beroemde manuscript in het Middelnederlands ligt opengeslagen op de miniatuur met ridder Walewein die het zwevende schaakbord achtervolgt. Volgens het verhaal volgt Walewein dit mysterieuze schaakbord nadat koning Arthur zijn ridders had uitgedaagd het voor hem op te halen. De miniatuur is opvallend door zijn rode achtergrond. Opmerkelijk is ook het schaakbord zelf; het heeft 56 velden in plaats van 64. Dit is mogelijk niet zozeer het resultaat van een fout van de tekenaar alswel een vroege poging om perspectief te suggereren. Waarschijnlijk was de miniatuur oorspronkelijk geheel ingekleurd; her en der zijn nog resten van andere kleuren te ontdekken. De tekst op de rechterpagina opent met een met fijn penwerk versierde letter.”
Hieronder ziet u een afbeelding van een kaart uit een door de universiteitsbibliotheek van Leiden uitgeven mapje (van de zestiger jaren) met zes oude reproducties.
Op 3 mei 1966 werd er een Nederlandse zomerpostzegel van uitgegeven met een cultuurbarbaarse verminking (door de ontwerper W. A. van Stek), afgesneden onder het schaakbord en dwars door de boom heen. Zie ook mijn catalogus Geschiedenis van de Schaakfilatelie in Nederland en (voormalige) Overzeese Gebiedsdelen op de bladzijden 1-10/13 onder 1.2.5.1.
En laten wij vooral ook de roman van Louis Couperus Het zwevende schaakbord niet vergeten. Ik heb een uitgave van de Wereldbibliotheek uit 1950. Er bestaat ook een prismaboekje (nummer 2150) van uit 1983 Roman van Walewein van Penninck & Pieter Vostaert.
Als Leidenaar (slechts) sinds 1986 meen ik deze informatie met enige trots aan u te moeten doorgeven. Leiden wordt immers niet voor niets de museumstad genoemd; dit blijkt maar weer eens. Mocht voor de sluitingsdatum misschien Leiden (centrum) aandoen, dan is een bezoek aan dit museum stellig de moeite waard. Ik ging er alléén al heen om de miniatuur te bewonderen naar toe.
De hele vaderlandse pers heeft het er al weken over. En uiteraard kan de Motiefgroep Schaken dan ook niet achterblijven. Op 13 april opent– na een sluiting van zo’n 10 jaar – het Rijksmuseum in Amsterdam haar deuren voor het publiek. Natuurlijk was er al die tijd wel de noordvleugel van het museum geopend en was de nachtwacht te zien, maar nu is het vernieuwde Rijksmuseum dan eindelijk weer in zijn totaliteit te bezoeken.
Het Rijksmuseum bezit – net als veel grote museum – de nodige zaken op schaakgebied. Maar omdat een museum altijd veel meer objecten heeft dan ruimte worden de meeste van deze zaken zelden tentoongesteld. Het rijksmuseum bezit bijvoorbeeld het oudste complete schaakspel in Nederland (16e eeuw). Zie de afbeelding hiernaast.
Het Rijksmuseum bezit ook het tot de verbeelding sprekende schaakstuk van Adriaen van der Werff (17e eeuw)Zie de afbeelding links.
En er is een ivoren schaakspel uit circa 1850 en zo zijn er nog wel een paar zaken te noemen. Welke van deze objecten zullen straks vanaf 13 april tentoongesteld worden? Wij weten het niet en het is dus aan eenieder om zelf te gaan kijken!
Wat we wel weten – uit de berichten van de afgelopen weken – is dat er op de afdeling vaderlandse geschiedenis een schaakspel te zien zal zijn. Hier wordt het verhaal van de vaderlandse geschiedenis aan de hand van objecten verteld. En voor de 2e Wereld-oorlog zijn dat precies 2 objecten; een (concentratie) kampjas als symbool voor de slachtof-fers van het Naziregime en een schaak-spel als symbool voor de agressie van het Naziregime. De schaakstukken op het bord representeren alle landen die de Nazi’s in 1939-1940 zijn binnengevallen, te beginnen met Polen en met als laatste Engeland. En in de rand van het schaakspel valt te lezen: Polen … .. Engeland usw (und so weiter) – 1939 Schaakmat – 1940 Schachmatt.
Van 25 november 2012 tot 24 maart 2013 is er in het Dordrechts museum (in Dordrecht) een tentoonstelling met beeldend werk van de Dordtse dichter Cees Buddingh’ (1919-1985). Dit onder de titel “Kastjes kijken.’
Deze tentoonstelling van 25 november tot en met 24 maart 2013 is de aanloop naar het verschijnen van een Buddingh- biografie.
Cees Buddingh’ (1918-1985) is Dordrechts beroemdste schrijver en daarnaast een van de populairste dichters van zijn generatie. Buddingh’ brak vooral als door als humoristisch dichter. Zijn stem is tevens verbonden met het eerste verborgen cameraprogramma Poets dat door Buddingh’ gepresenteerd werd.
Minder bekend is dat hij van 1971 tot en met 1974 ook werkzaam was als beeldend kunstenaar. Buddingh’ gebruikte voor zijn objecten oude sigarenkistjes, die hij verfde en beplakte en waarin hij ‘waardeloze’ spullen, afgedankt speelgoed en reclamemateriaal verwerkte. ‘Kijkkastjes’ of ‘droomkastjes’ werden deze objecten ook wel genoemd. Tussen 1971 en 1974 maakte Buddingh’ bijna honderd van zulke kastjes. Dit afgewisseld met andere objecten en schaakbordcollages. Ze kregen meestal een literaire titel. Zelf zag hij ze meer als driedimensionale gedichten; hij sprak dan ook over ‘dichten in een ander medium’. Buddingh’ liet zich in zijn beeldend werk meermalen inspireren door het schaken. Één van de kastje bevat een zakschaakspelletje met als dubbele titel: “de droom van een damschijf.” Behalve de kastjes worden in de tentoonstelling collages, documenten en archivalia getoond.
Een ander onderdeel van de tentoonstelling vormt het televisie- en filmprogramma:
1. POËZIE IN EEN ANDER MEDIUM
Deze film van Annemarie Strijbosch en Jeanne van der Horst wordt speciaal voor de tentoonstelling uitgebracht. Het is een film over de begin zeventiger jaren, de tijd waarin dichters en schrijvers zich op televisie begonnen te vertonen. Buddingh’ werkte enthousiast mee aan programma’s als Poëzie in Carré, schreef teksten voor Hadimassa en was de eerste presentator van Poets, het programma met de verborgen camera onder redactie van beeldend kunstenaar en schrijver Armando. Deze film kijkt terug op die tijd en bezoekt daarnaast een aantal eigenaars van de kastjes. Aan het woord komen ook Armando, Buddinghs zoon Sacha en biograaf Wim Huijser.
2. DE VIJFDE WINDSTREEK (televisiedocumentaire BRT, 45 min., 23 juni 1975)
Op 30 en 31 mei 1975 werd Cees Buddingh’ gefilmd in zijn geliefde Dordrecht. In zijn woning aan de Bankastraat komt hij uitgebreid aan het woord over zijn leven, voetbal en DFC, zijn belangstelling en passie voor Engeland, het maken van zijn kastjes en zijn inspiratie door Man Ray. We krijgen een kijkje in zijn werkkamer met de boekenkasten, in de achtertuin speelt hij met de poes. Daarnaast zien we ook prachtige historische beelden van de Dordtse binnenstad. Buddingh’ kijkt tv samen met de BRT verslaggever Gerd de Ley op tv naar de wedstrijd Joegoslavië – Nederland die op zaterdag 31 mei gespeeld werd. En er werd gefilmd tijdens een optreden van Buddingh’ tijdens de Tweede Nacht van de Poëzie, op 17 mei 1975 in Kortrijk, waar hij zijn gedicht ‘Onbestorven weduwnaar’ voordraagt.
Ter gelegenheid van de tentoonstelling verschijnt ook het boek: ‘Kastjes kijken – beeldend werk van C. Buddingh,’ geschreven en samengesteld door Wim Huijser.
Verder zal het blad MATTEN in het eerste nummer in 2013 aandacht besteden aan de beeldende kunst van Cees Buddingh’. Wim Huijser, de biograaf van Buddingh’, schrijft het artikel in MATTEN.
En op vrijdagavond 22 februari zal er in het museum speciaal aandacht voor de schaaksport zijn. Nadere informatie daarover zal t.z.t. verschijnen op www.tomsschaakboeken.nl.
In Reeuwijk is er in het Streekmuseum Reeuwijk een tentoonstelling met een leuke collectie schaakstukken van Simon Post uit Bodegraven te zien.
Simon Post is al bijna 40 jaar lid van de Schaakclub Bodegraven en terugkomend van diverse reizen kwam hij vaak met een mooi schaakspel thuis.
“Overal kom je schaakspellen tegen en dat maakt het leuk om te verzamelen”, aldus Simon Post.
Het bezoekadres van het Streekmuseum Reeuwijk is Oudeweg 3, 2811 NM Reeuwijk. De Openingstijden zijn zaterdag 10.00 uur tot 17.00 uur, zondag 13.00 uur tot 17.00 uur. De schaakstukken zijn tot eind november te zien.
In het Stedelijk Museum Alkmaar is er tot 4 september de tentoonstelling Prachtig portret. Deze tentoonstelling draait om de familie Van Foreest die een vooraanstaande rol heeft gespeeld in de geschiedenis van deze regio. Zo schreef de Alkmaarse stadspensionaris Nanning van Foreest over zijn eigen ervaringen in Kort verhaal van het beleg van Alkmaar.
Voor de schakers is deze tentoonstelling ook interessant, want op de tentoonstelling is er aandacht voor de schakende broers Dirk van Foreest en Arnold Engelinus van Foreest.
Dirk (1862-1956) was Nederlands kampioen schaken in 1885, 1886 en 1887. We hebben het hier dan wel over het onofficiële Nederlands kampioenschap, want pas vanaf 1909 was er een officieel Nederlands Kampioenschap schaken. Vanaf 1889 richtte hij zich op zijn maatschappelijke carrière en pas na zijn pensionering in 1928 zette hij zich weer achter het bord. In de tussentijd hield hij zich wel bezig met correspondentie- en probleemschaak. En van 1893 tot 1896 was hij voorzitter van de Nederlandse Schaakbond.
Door het terugtreden van Dirk kreeg jongere broer Arnold (1863-1954) de gelegenheid om ook eens Nederlands kampioen schaken te worden. Aldus geschiedde in 1889, 1893 en 1896. Ook op bestuurlijk gebied deed Arnold niet onder voor Dirk: hij was voorzitter van de Nederlandse Schaakbond (1906-1907) en hij was een van de organisatoren van het eerste internationale schaaktoernooi in Nederland, Amsterdam 1889.
Deze Arnold is de betovergrootvader van de jonge hedendaagse Groningse schaaktalenten Jorden van Foreest en Lucas van Foreest.
Aan beiden is een boek gewijd. Voor Dirk schreef Lodewijk Prins het boek Hulde aan Jhr. Dr. Dirk van Foreest. Het boek dat voor Arnold werd geschreven, Gedenkboek n.a.v. de 90e verjaardag van Jhr. A.E. van Foreest, is overigens een stuk moeilijker te vinden dan het eerstgenoemde boek. Bij de naam Foreest moest ik echter als eerste denken aan het boek 20 Grote denkers binnen Neerlands grenzen. Dat blijkt echter door een Jhr. Peter van Foreest te zijn geschreven, maar over deze Foreest heb ik geen verdere informatie kunnen vinden. Als iemand meer weet hoor ik dat graag!
Op de tentoonstelling zien we van beide kampioenen geschilderde portretten. Verder de zilveren medaille die Arnold op het Staunton toernooi van 1896 won als eerste (!) prijs. En er staat een schaaktafeltje met daarop een stelling uit een partij die ik niet heb kunnen achterhalen. Ongetwijfeld zal het een partij zijn van een van de of zelfs beide Van Foreests.
Museum De Lakenhal in Leiden presenteert in samenwerking met het Rijksmuseum de grootschalige tentoonstelling Lucas van Leyden en de Renaissance. Voor het eerst wordt de belangrijkste kunstenaar van de renaissance in de Noordelijke Nederlanden getoond in de context van zijn tijdgenoten.
Lucas van Leyden is de schilder van het bekende schilderij “de Schaak spelers” dat normaal in de Gemäldegalerie in Berlijn hangt. Eigenlijk wordt er ‘koerierschaak’ als variant gespeeld.
“Helaas kon het schilderij met schaakspelers niet uit Berlijn komen” aldus PR medewerkster van Iterson. “We hebben wel “de Kaartspelers” van Lucas van Leyden….” ter vergelijking!!
De meer dan 250 werken van de allerhoogste kwaliteit zijn afkomstig uit Nederlandse en buitenlandse musea als het Louvre, British Museum en Metropolitan Museum en zijn grotendeels voor het eerst in Nederland te zien.
De tentoonstelling is te zien van 20 maart 2011 tot en met 26 juni 2011.
In het Hoogovensmuseum op het Corus terrein is de ‘Stichting Industrieel Erfgoed Hoogovens’ (SIEHO), actief om objecten, delen van installaties, boeken, documenten etc., te verzamelen, te behouden en ten toon te stellen (www.hoogovensmuseum.nl).
Vanwege het 72e Hoogoven/ Corus schaaktoernooi in Wijk aan Zee is in dit museum een (kleine) tentoonstelling opgesteld. Het betreft bierviltjes, boeken, posters, lotingstukken etc. Er zijn ook voorwerpen te zien die Piet Zwart, die jarenlang de toernooidirecteur was, heeft nagelaten.
Hieronder geheel rechts enige lotingstukken die bij het begin van een toernooi gebruikt worden om een speelschema vast te stellen.
Onder links de vaas die Karpov, ter ere van het 70e Corus Chess Tournament (zoals het tegenwoordig heet), aan divisiedirecteur Marjan Oudeman overhandigde met de felicitaties.
Onder in het midden het Makkumerbord dat Piet Zwart kreeg ter gelegenheid van de 25 jaar dat hij toernooidirecteur was.
Het Hoogovensmuseum is geopend op dinsdagen en donderdagen, entree € 2,00 p.p., en op speciale zondagen waarop ook met de stoomtrein van de Hoogovens wordt gereden.
De Schaaktentoonstelling is zeker nog tot eind april a.s. te zien.