Traditioneel vindt er in het schaakstukkenmuseum op nieuwjaarsdag de prijs-uitreiking van de jaarlijkse schaakstukkenontwerpwedstrijd plaats. Een gezellig evenement met gratis frisdrank, hapjes en ook nog eens de livemuziek van De Balcony Players.
Om circa 14.00 uur begon de prijsuitreiking van de Schaakstukkenontwerpwedstrijd door de jarige museumdirecteur Ridder Dijkshoorn. En zoals altijd weet hij daar een spannend verhaal van te maken.
Afgelopen jaar konden de bezoekers van het Schaakstukkenmuseum uit maar liefst negen inzendingen de mooiste kiezen. En afgelopen jaar brachten in totaal 775 mensen een stem uit. Dat was een behoorlijk stuk meer dan in 2018, toen 495 mensen een stem uitbrachten. Traditioneel zijn er 6 prijzen, waarbij elke prijswinnaar 200x een Euromunt krijgt. Zo krijgt de 1e prijs 200x een 2 Euromunt (1000 Euro), krijgt de 2e prijs 200x een 1 Euromunt (200 Euro), de 3e prijs 200x een munt van 50,Eurocent enz. “Ik vond echter dit keer alle ontwerpen zo mooi en creatief,” aldus Ridder Dijkshoorn, “dat ik vond dat elke inzending een prijs verdiende. Ik heb dus maar drie extra troostprijzen aan de prijzenpot toegevoegd.”
De 9e prijs kreeg het schaakspel ‘Blokken’ van F. Mellink met 12 stemmen (1,5%). 8e eindigde Reini Lap, met haar schaakspel ‘Tegenpolen’. Een schaakspel met rode en groene schaakstukken. Zij kreeg 17 stemmen (2%). 7e werd de winnaar van vorig jaar, Jan de Visser, onder het thema ‘Stop thinking black and white’ maakte hij eveneens een schaakspel in rode en groene kleuren. Hij kreeg hiervoor 25 stemmen (3%). De 6e plek was voor Bob Roes, met zijn ‘Ode aan René Daniels’. Voor dit schaakspel kreeg hij 49 stemmen (6%). 5e werd het schaakspel ‘Utrecht Schaak’ van André van Schie. Dit in 3D geprinte schaakspel in de Utrechtse kleuren rood en wit en met stukken als Nijntje en De Dom als Koning kreeg van de bezoekers 61 stemmen (8%). 4e werd het schaakspel ‘Zeemeerminnen’ van de winnares van 2015 Ivanka Kovacs. Dit schaakspel met stukken van epoxyhars kreeg 103 stemmen (13%). 3e werd het schaakspel ‘Studentenschaak’ van Rieneke Janssen gemaakt van (hoe kan het ook anders bij zo’n naam) gebruikte bierdoppen. Dit spel kreeg 125 stemmen (16%). En de 2e plaats was voor het schaakspel ‘Gevecht in de heuvels’ van Adrie Kolsteren met 181 stemmen (23%). Dit bijzondere schaakspel heeft een schaakbord gemaakt van houten blokken, waarbij elk veld een andere hoogte heeft dan de omringende velden.
En het winnende schaakspel was het schaakspel ‘Zebra’s tegen Giraffen’ van keramist Tigone van Overbeek. Dit winnende schaakspel kreeg 202 van de 775 stemmen (26%).
Tigone van Overbeek vertelde dat ze zeker honderd uur in het maken van dit enorme spel gestoken had.” “Daarbij zit de meeste tijd in het gla-zuren, want bij dit ontwerp moest dat wel zo’n drie keer”, aldus de winnares.
Het winnende schaakspel krijgt een plaatsje in het schaakstukkenmuseum, zodat het daar naast de eerdere winnaars van de schaakstukkenontwerpwedstrijd te bewonderen zal zijn. Wel een tegenvaller voor directeur Ridder Dijkshoorn, want het winnende ontwerp was verreweg het grootste schaakspel en er is al zo weinig ruimte in het museum.
Ook in 2020 is er een schaakstukkenontwerpwedstrijd, dan ook weer met een eerste prijs van € 1000,- De zelfgemaakte schaakspellen kunnen nog tot 1 maart 2020 bij het schaakstukkenmuseum afgeleverd worden. Op zaterdag 7 maart, tijdens de Rotterdamse Museumnacht, zullen alle inzendingen dan voor het eerst te zien zijn. En vanaf de museumnacht tot eind 2020 kunnen de bezoekers dan op hun favoriete ontwerp stemmen. En schrijf maar alvast in uw agenda: 1 januari 2021 is de prijsuitreiking van de schaakstukken-ontwerpwedstrijd 2019. Zie voor meer informatie de site van het schaakstukkenmuseum op www.schaakstukkenmuseum.nl
In Nijmegen is er van 12 oktober tot en met 6 januari 2019, geopend dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00, in het museum het Valkhof een tentoonstelling over Maria van Gelre te zien. Dit t.g.v. de restauratie van het middels crowdfunding gerestaureerde unieke 15e eeuwse gebedenboek van Maria van Gelre.
Naast het gebedenboek van Maria van Gelre zijn er op deze tentoonstelling ook belangrijke andere zaken uit Gelre uit haar tijd te zien. Daaronder 2 schaakitems:
1. De tegelvloer uit de Nederlands Hervormde kerk in Heukelum
2. De 14e-eeuwse kaarsenkroon uit de Walburgiskerk van Zutphen. Het schaakmotief daarin is door Rob Spaans in zijn Reisgids voor Schaakliefhebbers beschreven.
De tegelvloer uit Heukelum (door Rob Spaans / Joris Leijten)
De Nederlands Hervormde kerk in het Gelderse Heukelum (thans gemeente Limgewaal bij Gorinchem) was de oorspronkelijke verblijfplaats van een middeleeuwse tegelvloer met onder meer een schaakbordpatroon. Restauratiewerkzaamheden tussen 1963-1966 werden, zoals gebruikelijk, gecombineerd met archeologische opgravingen. Daarbij vond men de tegelvloer met schaakbordpatroon, welke eeuwenlang verborgen lag onder een later aangelegde vloer. Deze tegelvloer met schaakbordpatroon, gedateerd op de 1325-1375, belandde na de restauratie in het depot van het Rijksmuseum in Amsterdam.
Het betreft 10 verschillende delen alsmede nog een aantal losse tegels van deze tegelvloer bestaande uit rood-geel, zwarte en groene geglazuurde tegels met verschillende patronen. De vloer moet om en nabij 7 bij 7 meter hebben gemeten. Geheel in depot 385 cm x 320 cm. Overigens vond men onder deze tegelvloer ook nog een oudere (13e eeuwse) bakstenen vloer.
Joris Leijten was de verkondiger van het heuglijke nieuws dat een deel van die tegelvloer recentelijk dat depot heeft verlaten voor een tijdelijk verblijf op de tentoonstelling in Museum het Valkhof te Nijmegen (foto links, met op de achtergrond de kaarsenkroon uit Zutphen). Juist het deel met het schaakbordpatroon is daar tentoongesteld. Zowel het bijschrift op de tentoonstelling als in de catalogus verwijzen echter niet expliciet naar het schaakspel. De vraag is dan ook gerechtvaardigd of het schaakbord-patroon van de tegelvloer echt bedoeld was als een verwijzing naar het schaakspel. Die vraag kan met een volmondig ja worden beantwoord als we archieffoto’s (vorige pagina midden) van de rest van de tegelvloer bestuderen. Daarop zien we namelijk duidelijk ook contouren van een bord voor het zogenaamde molenspel. De conclusie kan niet anders luiden dan dat de makers van de tegelvloer bedoeld hebben een aantal verschillende bordspellen af te beelden, waaronder dus het schaakspel.
De kaarsenkroon uit de Walburgiskerk in Zutphen
De 14e-eeuwse kaarsenkroon die normaliter in de Sint Walburgiskerk in Zutphen hangt is gemaakt van verguld smeedijzer en heeft een doorsnede van 2,5 meter. De op de kroon afgebeelde figuren vormen een beeldverhaal en op twee plaatsen in dat verhaal zien we een man en een vrouw met tussen hen in een voorwerp waarvan de experts denken dat het een schaakbord zou kunnen zijn. In de middeleeuwse symboliek zou dit schaakspel symbool staan voor de hoofse, eerbare en trouwe liefde, voor de kerk één van de elementen voor een goed en vroom leven.
Voor meer details lees het boek de Reisgids voor schaakliefhebbers van Rob Spaans en voor een eigen oordeel: bezoek de tentoonstelling.
Het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden is in Nederland het Rijksmuseum voor de middeleeuwen. Je zou je dus in de collectie van dit museum ook de nodige schaakstukken verwachten. Dit zeker als je ziet wat er in andere musea en op middeleeuwse kastelen over deze periode op het gebied van schaken te vinden is. Echter tot nu toe had ik daar nog nooit iets van gezien. En ik had ook al eens in de elektronische collectie op internet op termen als ‘schaken’, ‘schaakspel’ of ‘schaakstuk(ken)’ gezocht, maar dat gaf helaas 0,0 als resultaat.
Dus was ik heel plezierig verrast en verbaasd, toen ik (tijdens de opening van) de tentoonstelling middeleeuwse tuinen in het Rijksmuseum van Oudheden ineens een veelheid aan schaakzaken mocht aantreffen. Deze tentoonstelling is te zien van 3 mei tot en met 1 september 2019 en het betreft een grote tentoonstelling met ruim 200 objecten.
In de tentoonstelling geven archeologische vondsten en kunstwerken een beeld van de weelde, het belang en de diversiteit van tuinen in de westers-christelijke en de oosters-islamitische wereld tussen 1200 en 1600. Hierbij wordt getoond welke bloemen en planten in de middeleeuwse tuinen groeiden en zijn
er herbaria en verluchte boeken met oosterse en westerse bloemmotieven en gedroogde planten. Maar u treft er ook middeleeuwse gereedschappen, een opgegraven gieter, zaden en veertjes, valkenkapjes, schaakstukken, medicijnpotten muziekinstrumenten, tegeltableaus en servies met bloemmotieven aan.
De verschillende typen middeleeuwse tuinen krijgen op de expositie elk een eigen ‘kabinet.’ De tentoonstelling begint met een moestuin (waar men groente zoals kool een peen e.d. kweekte om als moes op te eten (vergelijk ‘appelmoes’) met middeleeuwse gieters en een duimgieter. Na de moestuin volgen de kruidentuin en de siertuin, het besloten hof, de lusthof, het liefdeshof en de ‘religieuze’ hortus conclusus voor de uitverkoren Maria en Jezus Christus in de rol van ‘tuinman.’ En de tentoonstelling eindigt uiteindelijk bij de paradijstuin.
Wist u dat ons word paradijs is afgeleid van het Oud-Perzische woord ‘pairidaeza’, dat zoiets als omheinde tuin betekent. Zowel in de koran als in de bijbel is het paradijs beschreven als een tuin met eeuwig stromende rivieren, groenblijvende planten en dier en mens in harmonie.
Maar voor ons als schakers is op deze tentoonstelling vooral de liefdestuin het Paradijs. Uit de begeleidende tekst bij de tentoonstelling geef ik het volgende citaat:
“Veel middeleeuwse bordspellen zijn zeer geschikt om buiten te spelen, zoals triktrak en schaken. Het schaakspel was vaak een aanleiding, of smoes, om je langdurig met één persoon te kunnen afzonderen. Schaakstukken worden regelmatig bij opgravingen gevonden, vaak op locaties van (voormalige) kastelen, maar ook op plekken in de stad.” En hier vinden we in een en dezelfde vitrine (afbeelding) zomaar ineens:
5 ivoren schaakstukken (1300-1500) gevonden bij de Aalmarkt in Leiden
een benen schaakpaard (1375-1425) opgegraven bij de Olofspoort in Amsterdam
een houten schaakstuk (1550-1600) opgegraven bij de nieuwe Herengracht in Amsterdam
een speelbord (1600-1650) opgegraven bij de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam
Ik heb op internet proberen na te gaan wanneer deze – mij tot nu toe onbekende – schaakstukken opgegraven zijn. Slechts het benen schaakpaard kon ik terugvinden. Dit schaakstuk werd aangetroffen bij stadsarcheologisch onderzoek dat in 1969 in Amsterdam plaatsvond bij de Olofskapel nabij de voormalige Olofspoort. Het schaakstuk bevond zich in de grachtvulling die afkomstig was uit de periode 1375-1425. Vandaar dat het stuk gedateerd wordt als zijnde afkomstig uit dezelfde periode. Hiermee behoort dit schaakpaard tot de oudst bekende schaakstukken in Nederland. Opvallend is ook de abstract vorm van het schaakstuk. Hiermee sluit dit schaakstuk aan op de sterk gestileerde Arabische traditie. Het schaakstuk, gesneden uit been, betreft een paard. De vorm bovenaan stelt het hoofd van het paard voor en de drie evenwijdige inkepingen duiden op het dragen van een schild. Verder verwijzen de verticale lijnen beneden naar de plooien van een toernooikleed.
Van de 5 ivoren schaakstukken gevonden bij de Aalmarkt in Leiden kon ik verder geen informatie vinden. Daarbij is de Aalmarkt een locatie in het centrum van Leiden waar reeds sinds ongeveer 1200 stedelijke bewoning plaatsvindt. Een gebied waar eerst een concentratie ambachtslieden, met name smeden en later schoenmakers en leerlooiers gewoond hebben. Vanaf circa 1276 werd in dit gebied het St.-Catharinagasthuis gesticht en in 1862 werd hier de Aalmarktschool gebouwd. In dit gebied heeft de laatste halve eeuw het nodige archeologisch onderzoek plaatsgevonden. En daarnaast is er uit de ophogingslagen tegen deze beschoeiingen van de kade en de nabijgelegen gracht het nodige archeologisch materiaal omhoog gekomen. Maar over de vondst van de 5 ivoren schaakstukken kan ik echter niets specifieks vinden.
Van het houten schaakstuk (1550-1600) opgegraven bij de nieuwe Herengracht in Amsterdam neem ik aan dat het stamt uit een van de vele uit de grachten opgegraven sliblagen. Slib werd in dit gebied in het verleden veel gebruikt ter ophoging van de kades. En anders kan het houten schaakstuk stammen uit een noodopgraving welke hier af en toe bij funderingswerkzaamheden nodig geweest zijn. Bij die nood-opgravingen werd dan veelal een oude beerput leeg gehaald.
En over het speelbord (1600-1650) opgegraven bij de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam kan ik ook geen nadere gegevens vinden. Overigens betreft het een speelbord uit leisteen, waar de velden met een scherp voorwerp ingekrast zijn. Het plaatje is een beetje onduidelijk maar het betreft duidelijk geen 8×8 velden. En verder ontbreekt (niet ongebruikelijk in die tijd) de zwart-witte inkleuring van de velden. Nadere toelichting ontbreekt, maar mij lijkt het een speelbord en geen schaakbord.
Maar ook de literatuur komt in de tentoonstelling uitgebreid aan bod. Daarmee is het volgende schaaktechnische object op de tentoonstelling een boek. We vinden in de tentoonstelling een afbeelding van schaken in de Perzische tuin (1556-1565) en het hierbij afgebeelde boek – geleend uit de universiteitsbibliotheek Leiden – met een afbeelding van Tristan en Isolde schakende in de liefdestuin. Hierbij een paar citaten van begeleidende teksten bij de tentoonstelling: Middeleeuwers waren gefascineerd door de tuin als oord van liefde, waar geliefden elkaar – in het geheim – konden ontmoeten en zich terugtrekken. De liefdestuin, van de rest van de wereld afgezonderd, zagen zij als de plek voor een schaakspel, voor muziek en dans, een gestolen kus en het liefdesspel zelf.” .
“De tuin is in de middeleeuwse literatuur de plek om neer te zitten of liggen met je geliefde. Tuinen zijn plaats van akte voor ontmoetingen met onmogelijke liefde, zoals bij Tristan en Isolde, of een gedroomde geliefde, zoals in de gedichten van Hafiz. Ook officiële paren, zoals koningskoppels in de Perzische Shanama (Boek der Koningen), worden beschreven en afgebeeld in een liefleke tuin, zittend op tapijten, goed voorzien van eten, drinken en muziek.”.
Het verhaal van Tristan en Isolde schakend in de liefdestuin is een literaire thema, dat in boeken maar ook op trippen (overschoenen) te zien is. De tentoonstelling toont ook nog een unieke leren snip die in 1979 in de binnenstad van Leiden, nabij de Boterwaag, gevonden werd. Want bij graafwerkzaamheden voor de aanleg van een rioolsleuf werden verscheidene laat- en postmiddeleeuwse ophogings- en afvallagen aangesneden en werden talrijke vondsten gedaan. Daarbij werd de leren snip in een ‘verrommelde’ berg uitgegraven grond gevonden. Een dergelijke vondst wordt door archeologen een ‘losse vondst’ genoemd, hetgeen wil zeggen dat een object los van zijn vondstcontext is aangetroffen en daardoor niet direct in verband gebracht kan worden met de overige artefacten of aanwezige grondsporen. Het leren trippenblad wordt gedateerd op circa 1400.
Een bijzonder detail: de trip ligt in een vitrine met een paar pullen, want “afbeeldingen van minnende paren in de tuin tonen meestal een karaf, glazen of een bierpul: kussen maakt dorstig.”.
De driehoekige trip is rijk versierd. De centrale voorstelling bestaat uit geliefden Tristan en Isolde aan weerszijden van een schaakbord (met maar 16 velden). Op de voorgrond bevindt zich een waterput en op de achtergrond een boom. En naast de schakende draagt het trippenblad de hoofse tekst ‘Altoes blide so wat ick lide’, hetgeen zoveel betekent als ‘steeds verheugd, (maar) evenzeer lijd ik’. De voorstelling is aangebracht volgens het procedé van het zogenaamde blinddrukken, waarbij het leer eerst vochtig werd gemaakt en daarna met een verwarmde metalen stempel werd bedrukt.
Dergelijke trippen werden meer in Holland gevonden. Ze vormden de bovenbladen van laatmiddeleeuwse slippers, een schoeiseltype dat, zo blijkt uit talrijke icono-grafische bronnen, vooral door vrouwen gedragen werd. De bovenbladen kunnen met verschillende voorstellingen versierd zijn, zoals fabeldieren, afbeeldingen van een bruid en bruidegom, of voorstellingen met de boomgaardscène uit de roman van Tristan en Isolde, waarvan sprake is bij dit exemplaar uit Leiden. Men vermoedt dat dergelijk rijk versierde trippen door de bruidegom als huwelijksgift aan de bruid werden geschonken. Bekend is ook dat in verschillende steden door het bruidspaar schoenen aan de bruiloftsgasten werden geschonken.
Bij de tentoonstelling hoort ook het boekje ‘Middeleeuwse tuinen – aardse paradijzen in oost en west, 1200-1600’. (96 pagina’s, full colour, prijs: € 12,50.) Dit boekje is gemaakt onder redactie van Annemarieke Willemsen, conservator collectie Nederland middeleeuwen van het Rijksmuseum van Oudheden. En dittentoonstellingsboekje is voor ons schakers nog een extra toegift met een hoofdstuk ‘schaken in de tuin’ en met een aansluitend hoofdstuk ‘Tristan en Isolde in de boomgaard. Dit laatste hoofdstuk met een afbeelding van het boek waarin Tristan en Isolde in de liefdestuin zitten te schaken, alsmede met een verwijzing naar een trip (de overschoen, aanwezig in de tentoonstelling), waarop ditzelfde te zien is.
En de hoop is natuurlijk dat we in de nabije toekomst meer (middeleeuwse) schaakobjecten in het RMO gaan aantreffen.
Een korte samenvatting over de Lewis schaakstukken. In 1831 werd op het Schotse eiland Lewis een flinke verzameling ivoren voorwerpen gevonden. Van die verzameling waren tot dusverre 93 stuks geïdentificeerd en gelokaliseerd. Het gaat om 78 schaakstukken, 14 andersoortige speelstukken en 1 gesp. Ze zijn in de tweede helft van de 12e eeuw gemaakt. Het grootste deel van de Lewis schat, namelijk de gesp plus de andersoortige speelstukken en 61 schaakstukken, bevinden zich nu in het British Museum in Londen. In het Museum nan Eilean in Stornoway (op het eiland Lewis) bevinden zich 6 schaakstukken, die het British Museum aan de eilanders in permanente bruikleen heeft gegeven. De resterende 11 schaakstukken bevinden zich in het National Museum of Scotland in Edinburgh. In totaal zijn er 8 koningen, 8 dames, 16 lopers, 15 paarden, 12 torens en 19 pionnen, hetgeen doet vermoeden dat er ooit 4 complete schaaksets waren. Dat zou betekenen dat we nog op zoek zijn naar 1 paard, 4 torens en 45 pionnen.
En nu is er dan waarschijnlijk een van die ontbrekende schaakstukken, een toren, gevonden. De woordvoerder van de familie die het schaakstuk bij Sotheby’s heeft aangeboden kon de geschiedenis van het schaakstuk vanaf 1964 nauwgezet uit de doeken doen. Zijn grootvader was toentertijd antiekhandelaar in Edinburgh en hield zijn aankopen keurig in de boeken bij. Die boeken zijn altijd bewaard gebleven en daarin staat dat de antiekhandelaar het Lewis schaakstuk in 1964 van een collega had gekocht voor het luttele bedrag van £ 5,-! De aankoop werd ingeboekt als een “Antiek Strijder Schaakstuk van walrustand” en het werd opgeborgen. Beide handelaren hebben zich nooit gerealiseerd dat het om een schaakstuk gaat dat mogelijk deel heeft uitgemaakt van de beroemde en kostbare Lewis schat. Na de dood van de antiekhandelaar erfde de moeder van de woordvoerder het bijna 9 centimeter hoge schaakstuk. Al had ook zij er geen benul van wat ze in handen had, het schaakstuk had voor haar een bepaalde magische aantrekkingskracht en ze bewaarde het zorgvuldig opgeborgen in een lade. Af en toe haalde ze het kleinood te voorschijn om het te bewonderen.
Waarom het schaakstuk nu dan toch bij Sotheby’s is aangeboden is niet bekend. Het veilinghuis heeft er circa 6 maanden over gedaan om de authenticiteit van de Lewis toren te onderzoeken. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is de kleur van het nieuw ontdekte Lewis schaakstuk. Het heeft namelijk een veel bruinere tint dan de 78 andere Lewis schaakstukken, die een veel meer bleke ivoorkleur hebben.
Desondanks heeft het onderzoek door de experts van het veilinghuis in elk geval hun twijfels over de authenticiteit van dit schaakstuk weggenomen. Daarom heeft men nu de vondst wereldkundig gemaakt en aangekondigd dat het schaakstuk op 2 juli 2019 bij Sotheby’s zal worden geveild. Het veilinghuis schat dat de uiteindelijke verkoopprijs ergens tussen de £ 600.000 en £ 1.000.000 zal liggen.
Het succes van de dubbeltentoonstelling Erwin Olaf is voor het Gemeentemuseum en Fotomuseum Den Haag aanleiding om in beide musea de tentoonstelling te verlengen tot en met zondag 16 juni.
Erwin Olaf is trots op het grote succes Ik heb dit vooraf niet zien aankomen. Je hoopt natuurlijk wel dat mensen enthousiast reageren wanneer je al die veertig jaar werk bij elkaar toont en de mensen uitnodigt om in jouw wereld te stappen. Het voelt voor mij ook kwetsbaar. Dat mensen laten blijken dat ze geraakt zijn door mijn werk ontroert me enorm.
Op dinsdagmiddag 16 april werd de 200.000ste bezoeker van de dubbeltentoonstelling Erwin Olaf feestelijk ontvangen in het Gemeentemuseum. De 200.000ste bezoeker werd door Erwin Olaf zelf gefeliciteerd. Ook ontving ze van hem een exemplaar van zijn boek ‘Erwin Olaf – I Am’ dat hij ter plekke voor haar signeerde.
Sara Rothé
En als u de tentoonstelling toch bezoekt, kijk dan als geïnteresseerd schaakreiziger in het Gemeentemuseum ook eens naar het poppenhuis uit circa 1745 van Sara Rothé:
Het Gemeentemuseum Den Haag en het naastgelegen Fotomuseum houden van 16 februari t/m 12 mei 2019 een dubbeltentoonstelling met foto’s van Erwin Olaf. Dit als eerbetoon aan één van Nederlands meest beroemde foto-grafen, Erwin Olaf, (eigenlijk Erwin Olaf Springveld) die dit jaar zijn zestigste verjaardag viert. Erwin Olaf heeft tentoonstellingen in binnen- en buitenland gehad en prestigieuze opdrachten mogen uitvoeren. Zo maakte hij portretten voor het Nederlands koningshuis en een ontwerp voor de munt van Willem Alexander. Zijn fotografisch werk maakt deel uit van het Nederlands erfgoed en een ‘kerncollectie’ van zijn werk bestaande uit bijna 500 afdrukken, portfolio’s, video’s, magazines, boeken en posters is sinds mei 2018 in de collectie van het Rijksmuseum opgenomen.
In de dubbeltentoonstelling toont het Fotomuseum werk uit Erwin Olaf zijn ‘vroege periode’, grofweg de periode 1980 tot 2000. Daarbij toont het fotomuseum nog een overzicht van zo’n twintig fotografen die een inspiratiebron voor Erwin Olaf hebben gevormd. En het gemeentemuseum belicht de latere periode, de periode waarin Erwin Olaf de ontwikkeling doormaakte van een analoog werkende fotojournalist naar een digitale beeldmaker en verhalenverteller. Deze tentoonstelling eindigt in het heden, namelijk bij Erwin Olaf zijn meest recente, nog niet eerder getoonde serie Palm Springs.
Bij de vroegste werk van Erwin Olaf (welke nu in het fotomuseum te zien is) hoort ook de serie Chessmen. In deze serie geeft Erwin Olaf zijn interpretatie van de alle 32 (zie ook hier) schaakstukken middels een reeks symbolische tableaux vivants. Ter verbeelding van de verhoudingen tussen koningen, lopers, paarden, torens en pionnen zijn de fier poserende modellen met bizarre (heersers- en overheersings-) attributen uitgerust, waaronder gehoornde en bepluimde helmen, zwepen, bullenpezen, spinrag, touwen, riemen en tuigjes, kunstpenissen en meer. 32 Vervreemdende zwart/wit foto’s van schaakstukken, zoals hierboven getoond. Voor deze serie Chessmen uit 1988 ontving Erwin Olaf destijds de prijs voor jonge Europese fotografen.
De tentoonstelling ‘De Communisten. In Verzet tegen Fascisme en Kapitaal’ toont de geschiedenis aan de hand van vele verzetsposters, kranten, foto’s, videomateriaal en muziekfragmenten. De verhalen van het communistisch verzet komen tot leven in historische verzetsobjecten uit Nederland en Duitsland: van een stencilmachine waarmee De Waarheid werd gedrukt tot sabotagegereedschap waarmee treinen werden ontspoord.
De vervolging van de communisten wordt vertelt aan de hand van bijzondere documenten en objecten..Een van de topstukken van deze tentoonstelling is een schaakspel van verzetsman Nico Mourer (1900-1965) dat gemaakt is van … brood!
Net als Dr. B. uit Schaaknovelle was Nico Mourer gevangen gezet door de nazi’s. Ter afleiding van de ontberingen en verveling had hij een schaakspel gemaakt. Het enige materiaal dat daarvoor beschikbaar was waren broodkruimels. Mourer maakte dit schaakspel tijdens zijn gevangenschap in het Huis van Bewaring in Groningen in 1941. Sindsdien heeft hij het altijd bewaard in een pillendoosje. Mourer belandde later in het concentratiekamp Sachsenhausen, maar wist de oorlog te overleven.
Omdat Mourer had meegevochten bij de Republikeinen in de Spaanse Burgeroorlog, was hem al voor de Tweede Wereldoorlog zijn Nederlands staatsburgerschap en paspoort ontnomen. Ondanks Mourers verdiensten voor het Verzet weigerde de Nederlandse regering lange tijd hem het Nederlands staatsburgerschap terug te geven. Pas in 1963 werd dit onrecht hersteld. In het boek Raadselvader van de dochter van Berry Withuis, Jolande Withuis, kunt u op de bladzijden 179 tot 182 een korte levensbeschrijving over Nico Mourer vinden.
In het tv-programma De Strijd van BNNVARA van 10 november 2015 liet een kleindochter het schaakspel en de Franse onderscheiding zien. Die beelden kunt u zien via https://programma.bnnvara.nl/de-strijd/media/349089. –> link werkt niet meer Hieronder foto’s van dit schaakspel zoals het staat opgesteld bij de tentoonstelling in het Nationaal Bevrijdingsmuseum en zoals opgeborgen in het pillendoosje.
De tentoonstelling is wegens succes verlengd t/m 31 maart 2019
Tentoonstelling in Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek
oktober 2018
Tentoonstelling De Communisten – In Verzet tegen Fascisme en Kapitaal in het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek
Van 23 februari t/m 3 juni 2018 wordt in het Museum Catharijneconvent de tentoonstelling Magische miniaturen gehouden. Deze tentoonstelling toont minutieus geschilderde illustraties (zogenoemde miniaturen) uit middeleeuwse handschriften. Daarop zijn in vele heldere kleuren allerlei tot in detail uitgewerkte bloemen, dieren, fantasiewezens, ridders en jonkvrouwen, en nog veel meer te zien.
En in de tentoonstelling worden middeleeuwse handschriften uit wel vijftien verschillende Nederlandse collecties samengebracht. Daaronder middeleeuwse handschriften en boeken uit de Koninklijke Bibliotheek, uit het Rijksmuseum, uit Museum Meermanno en uit de universiteitsbibliotheken van Utrecht, Groningen en Leiden.
Bijzonder voor de schaakverzamelaars is dat op deze tentoonstelling ook de roman Walewein en het zwevende schaakspeluit de Universiteitsbibliotheek van Leiden te zien is. Dit exemplaar is het enige nog bestaande volledige exemplaar van deze middeleeuwse ridderroman. Daarnaast bestaat er slechts een incompleet exemplaar van later datum in de universiteitsbibliotheek van Gent.
De roman Walewein en het zwevende schaakspel is geschreven door de schrijvers Penninc en Pieter Vostaert. Penninc begon het boek rond 1250 en heeft de eerste circa 8000 versregels geschreven. Men vermoedt dat Penninc, wat waarschijnlijk een artiestennaam was iemand die kennelijk geregeld een tekort aan geld had, vanwege gezondheidsredenen het werk niet kon afmaken. Pieter Vostaert heeft de roman daarna voltooid, namelijk door er nog zo’n 3300 verzen aan toe te voegen. Het bewaard gebleven exemplaar is door een kopiist gedateerd op M CCC en de L.
Dit laatste exemplaar van de roman Walewein en het zwevende schaakspel is zelden voor het publiek te zien. De laatste keer dat dit gebeurde was 5 jaar terug, in 2013 in Leids stedelijk museum De Lakenhal (aan de Oude Singel gelegen) in een tentoonstelling Wereldschatten, met de ondertitel Van Cicero tot Erwin Olaf; Ontdek de bijzondere collecties van de Universiteit Leiden.
Bij die tentoonstelling uit 2013 hoorde ook een begeleidende boekje, waarin het volgende over de roman Walewein en het zwevende schaakspel geschreven werd:
“Dit beroemde manuscript in het Middelnederlands ligt opengeslagen op de miniatuur met ridder Walewein die het zwevende schaakbord achtervolgt. Volgens het verhaal volgt Walewein dit mysterieuze schaakbord nadat koning Arthur zijn ridders had uitgedaagd het voor hem op te halen. De miniatuur is opvallend door zijn rode achtergrond. Opmerkelijk is ook het schaakbord zelf; het heeft 56 velden in plaats van 64. Dit is mogelijk niet zozeer het resultaat van een fout van de tekenaar alswel een vroege poging om perspectief te suggereren. Waarschijnlijk was de miniatuur oorspronkelijk geheel ingekleurd; her en der zijn nog resten van andere kleuren te ontdekken. De tekst op de rechterpagina opent met een met fijn penwerk versierde letter.” (Zie artikel uit 2013).
De tentoonstelling in Utrecht is een goede kans om dit laatste exemplaar te gaan bekijken. En het boek ligt nog ook nog eens open op de pagina van met het miniatuur van het zwevende schaakspel (afbeelding boven).
Overigens zien we dit zwevende schaakspel ook afgebeeld in het Koopmanshuis in het Archeon in Alphen aan de Rijn (zie daarvoor de onlangs verschenen ‘Reisgids voor schaakliefhebbers’ van de hand van Rob Spaans.) En in 1966 is er een Nederlandse postzegel verschenen voor deze middeleeuwse roman (in een serie over Nederlandse literatuur). Echter op die postzegel was, om welke reden dan ook, nog slechts Walewein te zien en was het zwevende schaakspel dat rechts boven de ridder te zien zou moeten zijn er simpelweg ‘afgeknipt’.