In het februarinummer 2004 van Schaakmagazine heeft een artikeltje gestaan over de Venlose kunstenares Iris Slock. Zij heeft naast ander werk een viertal schaakwerken met gemengde techniek gemaakt, die te bewonderen zijn op haar internetadres:
Toen dit artikel verscheen heb ik haar geschreven of er ook ansichtkaarten van haar werk bestonden. Ze antwoordde mij dat die er wel waren maar niet van haar schaakkunst. Kennelijk heeft mijn vraag haar gestimuleerd, want vandaag kreeg ik weer een brief van haar, vergezeld van twee schaakkaarten, waarin ze aangaf dat er nu inderdaad kaarten waren gedrukt en bovendien prints van haar werk (à 15 euro). Dus voor onze leden die kaarten verzamelen een goed bericht.
Themanummer ‘‘20 jaar Schaak topstukken verzamelen’ (Schaakkoerier nummer 70)
Het themanummer is een jaarliijks uitkomend produkt van de Motiefgroep Schaken. De opzet van een themanummer is dat het liefst zoveel mogelijk verschillende mensen de kans krijgen om het podium te grijpen en de ruimte hebben om een artikel te schrijven over het gekozen thema.
Dit tweede themanummer kreeg als thema de tentoonstelling ’20 jaar Schaak topstukken verzamelen’ zoals gehouden op zaterdag 24 april 2004 in de schaaktoren in Bunschoten.
De leden van de Motiefgroep Schaken krijgen dit themanummer automatisch toegestuurd, als een extraatje om de zomer door te komen. Voor niet leden is er beperkt de mogelijkheid om dit nummer aan te kopen.
GSM-bijeenkomst 20 – 23 mei 2004 in Heimbuchenthal.
De zustervereniging van de Motiefgroep Schaken hield van 20 t/m 23 mei, zoals gebruikelijk het hemelvaartsweekend haar jaarlijkse contactdag in Heimbuchenthal.
Ook hier waren zoals gebruikelijk een aantal Nederlandse motief-verzamelaars present.
Hieronder een paar foto’s, met name van het snelschaaktoernooi (met dank aan mw. Bloch);
Op Zaterdag 24 april 2004 werd in de ‘schaaktoren’ van SV En Passant in Bunschoten het 20 jarig jubileum gevierd van de Motiefgroep Schaken.Er was een aangepast programma met s’ ochtends al een grote veiling.
Hierdoor werd het direct na opening van de zaal al aardig druk. Er werd druk gehandeld en iedereen vond iets om zijn of haar verzameling aan te vullen.
In de ronde bovenzaal naast de bijeenkomst was door 24 van de aanwezige leden de moeite genomen om een topstuk van hun eigen verzameling mee te brengen. Dit gaf een bijzonder beeld van wat er binnen de Motiefgroep verzameld wordt.
Ieder lid had de moeite genomen bij bij zijn of haar topstuk een klein verhaaltje te schrijven.
Helaas werd het na de veiling met zijn meer dan 200 kavels snel rustiger, zodat er bij de algemene ledenvergadering slechts enkele leden aanwezig waren. Heel positief was dat wij van de ca. 40 leden die zijn geweest enkele nieuwe mensen hebben mogen begroeten
Hopelijk zullen deze en andere de volgende keer weer komen.
Op 25 mei 2003 stelde Willem Broekman in wat hij noemde “de komkommertijd op de site van de SV Promotie” de vraag wat de oudste foto met als onderwerp schaken was. Hij kan nooit beseft hebben wat hij met deze vraag zou losmaken. Omdat het gegeven antwoord, een “foto” van het First American Chess Congress, New York 1857 aangedragen door Ruurd Kunnen, mij niet beviel, ging ik eens op zoek in mijn uitgebreide boekenverzameling. Dit leverde onderstaande foto 1 op, met als bijschrift ” In 1840 fotografeerde Fox Talbot twee schakers en liet daarmee een van de eerste in Groot Brittanië vervaardigde Daguerreotype na. De pionier van de fotografie is er schitterend in geslaagd de spanning vast te leggen die er tijdens een partij ontstaat.”
Later dook er ook nog een tweede foto op, zie rechter-afbeelding, foto 2. Martien de Bock vond in nog een ander boek deze tweede foto. Ook hier was de gegeven datering 1840.
Overigens was de datering 1840 inmiddels al wat twijfelachtig geworden. Er doken ook allerlei andere jaartallen op, zoals;
– 1845 ; achterop een ingelijste kopie, Prentenkabinet Leiden – 1846 ; achterop een ansichtkaart “The Chess Players 1846” – en heel vaak; “Fox Talbot, calotopie 1842-1850”
Maar ook was er een ander interessant feit opgedoken; foto 1 bleek zich in Nederland te bevinden en wel in het Prentenkabinet van de Universi-teit Leiden, thans onderdeel van de Universiteitsbibliotheek Leiden.
Redenen genoeg dus om eens met een aantal vragen naar het Prentenkabinet in Leiden af te reizen. Dit met vragen als hoe kwam deze foto nu in Leiden terecht? Wat is het correcte jaartal (1840 – 1842 – 1845 – 1846 – 1850)? En hoeveel verschillende foto’s zijn er nu eigenlijk? En natuurlijk hoop je de originele foto te zien en zo mogelijk in handen te houden.
Om met dat laatste te beginnen; de originele foto ligt heel diep in een gekoelde kluis en daar blijft hij ook. Zien; nee dus. In je handen houden; uitgesloten!
Hoe kwam het Prentenkabinet aan haar foto? Eigenlijk heel eenvoudig. Eind januari 1967 ontving het prentenkabinet een brief uit Silver Spring, Maryland, USA, waarin uit naam van de erven van Talbot aan een geselecteerde groep musea en ‘institutes of higher learning’ het aanbod werd gedaan om uit de persoonlijke collectie van W.A.F Talbot een aantal foto’s te kopen. Dit met als doel om het werk van Talbot wereldwijd voor een zo groot mogelijk publiek toegankelijk te maken.
Afhankelijk van wat een Museum of instituut reeds bezat aan foto’s kreeg zij de mogelijkheid om een set van 3 tot 15 foto’s (periode 1842 – 1850) te kopen.
[ In 1953 was het Prentenkabinet Leiden als eerste openbare instelling in Nederland begonnen om naast prenten en tekeningen ook foto’s te gaan verzamelen en exposeren. Het prentenkabinet bezat en bezit een rijke verzameling foto’s geselecteerd op hun kracht als uitdrukkingsmiddel van een tijd en op hun waarde als individueel kunstwerk. ]
Het Prentenkabinet ging op het aanbod van de erven van W.A.F Talbot in en verwierf daarmee een aantal foto’s waaronder onder meer “de Chess Players” en “Calvert Jones in the cloisters at Lacock Abbey” beide van de hand van Talbot.
[ William Talbot, voluit William Henry Fox Talbot (1800–1877), Brits Filosoof, Egyptoloog, natuur- en scheikundige, was een belangrijke pionier van de fotografie. Als archeoloog was hij bovendien één van de eersten die het spijkerschrift wist te ontcijferen.
Talbot maakt het oudste bekende foto-negatief in de zomer van 1835, een plaatje van een raam in zijn huis in Lacock Abbey (Thans bevind dit negatief zich in de collectie van het Science Museum in het National Museum of Photography, Film and Television in Bradford. Talbot presenteerde zijn uitvinding in een bijeenkomst van de Royal Society op 31 januari 1839, welke datum thans gezien wordt als de officiële geboorte van de fotografie. Er is een museum over zijn werk in Lacock Abbey in een 15e eeuws klooster. Zie ook www.r-cube.co.uk/fox-talbot/ ]
Als details heeft het Prentenkabinet nog bij haar foto vermeld staan: “Calotopie, +1845, zoutdruk.” Verder werd mij daarbij verteld dat de kleur van de originele foto niet, zoals ik zelf verwacht had, in zwart-wit was, doch dat deze bruin is. De bibliothecaresse vertelde mij verder nog dat met +1845 een periode van plus of min 5 jaar bedoeld wordt; dus tussen 1840 en 1850. Voor een exacte datering brengt ons dat dus niet veel verder. Toch waren er in de uitgebreide boekencollectie van het Prentenkabinet wel een paar andere aanknopingspunten voor een nadere datering. Zo is bekend dat één van beide personen op de foto, de man zonder de hoge hoed, de Fransman Antoine François Claudet is. Talbot had in ieder geval in de periode herfst 1842 tot zomer 1844 zeer intensief contact met Antoine Claudet. En er is meer. Algemeen wordt aangenomen dat de foto’s zijn gemaakt zijn in de studio van Claudet. En van die studio van Claudet is bekend dat deze in juni 1841 geopend werd in de Adelaide Gallery in Londen. Deze studio was daarmee de tweede Daguerreotype-studio in Londen, want in maart 1841 opende de Engelsman Richard Beard de eerste studio. Gevoegd bij de vermelding dat Talbot vooral in de periode 1842-1850 zijn foto’s gemaakt heeft, doet aannemen dat een datering van 1842 – 1844 het meest waarschijnlijke is voor de oudste schaakfoto(s). In ieder geval is een datering van 1840 of 1841 niet erg aannemelijk in deze.
Daarnaast heb ik ook in een paar boeken vermeld zien staan bij een foto “één foto uit een aantal studies (foto’s) van de Chess Players.” Gesuggereerd wordt dus dat er een groter aantal verschillende foto’s geweest moeten zijn. Echter duiken tot nu toe in de veelheid van boeken steeds slechts de twee eerder afgebeelde types op. Wel zijn er van beide de nodige exemplaren / afdrukken bekend. De techniek die Talbot gebruikte was in wezen dan ook niet anders dan die van heden ten dagen; Hij maakte een foto, daardoor had hij dan een negatief, een zogenoemd calotype (talbotype), en van dit negatief werden vervolgens naar believen afdrukken (foto’s) gemaakt, die verkocht werden aan belangstellenden. In één van de boeken zag ik een lijst van verkochte aantallen in de periode 1843-1846, met daarop soms wel 1700-1800 exemplaren per foto. En hoewel niet op die lijst, ook van de beide foto’s van de Chess Players zullen er wel de nodige afdrukken geweest zijn. De bibliothecaresse vertelde mij dat er toch zeker wel zo’n 7 tot 10 exemplaren (van beide foto’s samen) bekend zijn.
En een andere leuke vraag die opdook was wat betaal je nu voor zo’n foto? Wat het Prentenkabinet in 1967 voor haar foto betaald heeft, weet ik niet. Wel bleken uit een knipselmap van het Prentenkabinet dat er in latere jaren meerdere foto’s bij Sothebys Londen geveild zijn;
– lot 114, 24 mei 1973 (onbekend welke foto dit exact was)
Inzet ₤300/600 Opbrengst ₤720
Vermeld wordt hierbij nog: “The Chess Players, 1843. This composition differs from the Chess Players sold in these rooms, lot 314, 21 december 1971.” Het lot uit 1973 werd verkocht aan een Amerikaanse verzamelaar, waarschijnlijk
Harry Lunn of Larry Schaap wist men mij te vertellen.
– lot 78, 25 april 1986 (foto 1) Inzet ₤600/1000 Opbrengst ₤638
En na het verwerven van de foto door het Prentenkabinet, in 1967, is deze afbeelding ook een aantal malen gebruikt om “het werk van Talbot voor een zo groot mogelijk publiek toegankelijk te maken.” Zo zijn in ieder geval de volgende uitgaven bekend;
1. bewijs van lidmaatschap van de Schaaksociëteit Palamedes 2. vouwblad als reclame voor de Schaaksociëteit Palamedes
(De Schaaksociëteit Palamedes, gesitueerd in het Witte huis in Oestgeest, werd in oktober 1967 door de schaakvereniging LSG opgericht. Het ging echter niet goed en reeds in 1971 ging Palamedes weer ter zielen.)
3. ingelijste kopie uitgegeven door het Prentenkabinet (was te zien op de contactdag te Bennekom, opgehangen door Martien de Bock.) 4. en wie weet er nog meer voorbeelden ???????
Op zondag 7 december togen Joris Leyten en Henk Alberts naar restaurant de Keizerskroon in Deventer. Doel het Cor de Feijter eindspelstudie festival, een door een werkgroep onder leiding van Deventenaar Harold van der Heijden, tevens redacteur van de eindspelstudievereniging AVRES, samensteller van de grootste database met eindspelstudies ter wereld (en ook nog eens lid van de Motiefgroep Schaken) georganiseerde dag. In deze dag tevens opgenomen de 9e Nationale oploswedstrijd eindspelstudies.
Namens de Motiefgroep Schaken hebben we in Deventer een kleine tentoonstelling en een verkoopstand kunnen houden. Het was overigens niet de enige tentoonstelling. Ook was er nog een kleine tentoonstelling over Cor de Feijter (1907-1988), de naamgever van deze dag; internationaal eindspelcomponist met zo’n 250 studies, erevoorzitter van Pallas Deventer, bijna 50 jaar verzorger van een schaakrubriek in het Deventer Dagblad en 28 jaar verzorger van de eindspelrubriek in het KNSB-blad.
De dag was daarnaast voor Joris en mij gewoon een leuke gelegenheid om eens kennis te maken met een andere tak van sport; de eindspelcomposities. Ik kan het iedereen aanbevelen.
Na een uitleg van de spelregels (2 uur om 10 eindspelstudies op te lossen, eindspelstudies met verschillende moeilijkheidsgraad en puntenwaardering, gebruik schaakbord toegestaan, gebruik elektronische hulpmiddelen uiteraard verboden enz.) togen de deelnemers aan de wedstrijd, daaronder bekendheden als Hans Böhm en Daniel Stellwagen, naar beneden naar de wedstrijdzaal. Ook iets ongewoons voor ons; in de wedstrijdzaal geen toeschouwers toegestaan.
En boven (waar ook de tentoonstellingen waren) begon het publieksprogramma met een lezing door eindspelcomponist Yochanan Afak (ook lid van onze Motiefgroep.) Aan de hand van eigen en andermans studies demonstreerde hij ons de principes van de eindspelstudie.
Zie bijvoorbeeld het diagram hierboven. Een fraaie stelling met heel weinig materiaal op het bord. Vraag is hoe wint wit. Yochanan vertelde ons er een aantal principes van de einspelstudies bij. Één van de principes die ik daarbij onthouden heb; zoek het onverwachte.
Dus: 1. Kh1!! En dat blijkt in alle varianten te winnen.
Een moeilijke: 1. … Kg3 2. e5 fxe5 3. g5 e4 4. g6 e3 5. g7 e2 6. g8D+ en wint. En de fraaiste: 1. … Kf1 2. e5 fxe5 3. g5 e4 4. g6 e3 5. g7 e2 6. g8D e1D 7. Dg2 mat
Ook passeerde nog een studie de revue waarmee Yochanan in Moskou een 2e plaats won (traditie: buitenlanders kunnen geen 1e prijs winnen in Rusland.) Uiteindelijk eindigde hij er mee om ons in groepjes van twee een niet al te moeilijke stelling te geven om het ook zelf eens te proberen.
Joris en ik kregen bijgaande stelling (Diagram 2; hierboven) Opgave: wit maakt remise. Wel bleek Yochanan ons achteraf een beetje te hebben willen testen; deze stelling bleek toch iets moeilijker dan ons voorgespiegeld was.
Ondertussen waren de 2 uur van de wedstrijd omgevlogen en de wedstrijddeelnemers kwamen weer terug naar boven. Wat volgde was het ‘klassikaal’ bespreken van de 8 wedstrijd-studies. Een leuke happening met doorlopend commentaar / vragen van de deelnemers in de trant van “en als deze zet doet, hoeveel punten krijg je dan?” Daarbij moet ik zeggen dat er m.i. hele leuke studies bij zaten.
Zie bijvoorbeeld het diagram hierboven. Wit speelt en maakt remise.
En als 8e en laatste stelling van de wedstrijd; zie middelste diagram.
De oplossing: 1. g7+ Pxg7 (1. … Kg8 2 Pg4 f1D 3. Pf6+ Kf7 4. g8D mat) 2. Pf7+ Kg8 3. Lc5 f1D 4. Ph6+ Kh8 (Tot hier waren Joris en ik ook gekomen, doch hier zagen we het niet meer verder. We probeerden nog 5. La3 doch zagen dat dat faalde op Dc4 + Pg7-e6-d4. Hoeveel punten krijgen we nu?) 5. Ld6! en positionele remise door eeuwige opsluiting ½-½ (Zachodjakin, 1931)
De einduitslag van de wedstrijd;
1. Daniel Stellwagen 56 (uit 56) 2. Marcel van Herck 47 3. Hans Böhm 37
Al met al een geslaagde dag bij onze broeders van de eindspelcomponisten.