Tag: Cees Buddingh

  • Kastjes kijken – beeldend werk van Buddingh’ in het Dordrechts museum

    Kastjes kijken – beeldend werk van Buddingh’ in het Dordrechts museum

    Van 25 november 2012 tot 24 maart 2013 is er in het Dordrechts museum (in Dordrecht) een tentoonstelling met beeldend werk van de Dordtse dichter Cees Buddingh’ (1919-1985). Dit onder de titel “Kastjes kijken.’

    Deze tentoonstelling van 25 november tot en met 24 maart 2013 is de aanloop naar het verschijnen van een Buddingh- biografie.

    Cees Buddingh’ (1918-1985) is Dordrechts beroemdste schrijver en daarnaast een van de populairste dichters van zijn generatie. Buddingh’ brak vooral als door als humoristisch dichter. Zijn stem is tevens verbonden met het eerste verborgen cameraprogramma Poets dat door Buddingh’ gepresenteerd werd.

    Minder bekend is dat hij van 1971 tot en met 1974 ook werkzaam was als beeldend kunstenaar. Buddingh’ gebruikte voor zijn objecten oude sigarenkistjes, die hij verfde en beplakte en waarin hij ‘waardeloze’ spullen, afgedankt speelgoed en reclamemateriaal verwerkte. ‘Kijkkastjes’ of ‘droomkastjes’ werden deze objecten ook wel genoemd. Tussen 1971 en 1974 maakte Buddingh’ bijna honderd van zulke kastjes. Dit afgewisseld met andere objecten en schaakbordcollages. Ze kregen meestal een literaire titel. Zelf zag hij ze meer als driedimensionale gedichten; hij sprak dan ook over ‘dichten in een ander medium’. Buddingh’ liet zich in zijn beeldend werk meermalen inspireren door het schaken. Één van de kastje bevat een zakschaakspelletje met als dubbele titel: “de droom van een damschijf.”  Behalve de kastjes worden in de tentoonstelling collages, documenten en archivalia getoond.

    Een ander onderdeel van de tentoonstelling vormt het televisie- en filmprogramma:

    1.  POËZIE IN EEN ANDER MEDIUM

    Deze film van Annemarie Strijbosch en Jeanne van der Horst wordt speciaal voor de tentoonstelling uitgebracht. Het is een film over de begin zeventiger jaren, de tijd waarin dichters en schrijvers zich op televisie begonnen te vertonen. Buddingh’ werkte enthousiast mee aan programma’s als Poëzie in Carré, schreef teksten voor Hadimassa en was de eerste presentator van Poets, het programma met de verborgen camera onder redactie van beeldend kunstenaar en schrijver Armando. Deze film kijkt terug op die tijd en bezoekt daarnaast een aantal eigenaars van de kastjes. Aan het woord komen ook Armando, Buddinghs zoon Sacha en biograaf Wim Huijser.

     

    2.  DE VIJFDE WINDSTREEK      (televisiedocumentaire BRT, 45 min., 23 juni 1975)

    Op 30 en 31 mei 1975 werd Cees Buddingh’ gefilmd in zijn geliefde Dordrecht. In zijn woning aan de Bankastraat komt hij uitgebreid aan het woord over zijn leven, voetbal en DFC, zijn belangstelling en passie voor Engeland, het maken van zijn kastjes en zijn inspiratie door Man Ray. We krijgen een kijkje in zijn werkkamer met de boekenkasten, in de achtertuin speelt hij met de poes. Daarnaast zien we ook prachtige historische beelden van de Dordtse binnenstad. Buddingh’ kijkt tv samen met de BRT verslaggever Gerd de Ley op tv naar de wedstrijd Joegoslavië – Nederland die op zaterdag 31 mei gespeeld werd. En er werd gefilmd tijdens een optreden van Buddingh’ tijdens de Tweede Nacht van de Poëzie, op 17 mei 1975 in Kortrijk, waar hij zijn gedicht ‘Onbestorven weduwnaar’ voordraagt.

    Ter gelegenheid van de tentoonstelling verschijnt ook het boek: ‘Kastjes kijken – beeldend werk van C. Buddingh,’ geschreven en samengesteld door Wim Huijser. 

    Verder zal het blad MATTEN in het eerste nummer in 2013 aandacht besteden aan de beeldende kunst van Cees Buddingh’. Wim Huijser, de biograaf van Buddingh’, schrijft het artikel in MATTEN.

    En op vrijdagavond 22 februari zal er in het museum speciaal aandacht voor de schaaksport zijn. Nadere informatie daarover zal t.z.t. verschijnen op www.tomsschaakboeken.nl

    Zie ook een eerder artikel over Cees Buddingh

  • SCHRIJVER / DICHTER/ SCHAKER / DORDTENAAR CEES BUDDINGH

    SCHRIJVER / DICHTER/ SCHAKER / DORDTENAAR CEES BUDDINGH

    Op 7 maart 2007 is in Dordrecht bij het oude woonhuis van Cees Buddingh aan de Bankastraat een plaquette onthuld met een afbeelding van Cees Buddingh. De plaquette hangt daarmee nu aan de gevel van het huis waar Buddingh het grootste deel van zijn leven woonde. Eerder hing deze plaquette (van de hand van beeldhouwster Hanneke Hemelaar) aan de gevel van een politiepost in de buurt. Na het sluiten van deze post bleek het kunstwerk verdwenen. Naspeuringen van het Buddingh Genootschap hebben het toch weer boven water gekregen.

    Buddingh’ brak vooral als door als humorisch dichter Zijn stem is tevens verbonden met het programma uit de jaren zestig met de Verborgen camera: Poets. De bekende Nederlander werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw lid van schaakclub Dordrecht.

    Hij had daarvoor rond 1930 het schaken geleerd van zijn vader. Buddingh’ schaakte in de jaren veertig van de vorige eeuw al met de latere internationaal meester Constant Orbaan. Hij werd toen voor TBC behandeld in een sanatorium. Cees Buddingh was in zijn sterke jaren eerste teamspeler van schaakclub Dordrecht. Door zijn drukke aktiviteiten kon hij helaas weinig in aktie komen in de clubkompetitie van schaakclub Dordrecht. Verder had Cees Buddingh nauwe banden met het  Interpolistoernooi in Tilburg. Om die reden schijnt de toenmalige wereldkampioen Karpov wel eens naar Dordrecht gekomen voor Buddingh’ en het kopen van postzegels.

    De schaker/dichter maakte verschillende gedichten over de schaaksport. Die droeg hij bijvoorbeeld voor tijdens de opening van het Interpolistoernooi in Tilburg. Daar was trouwens niet toevallig de internationaal arbiter Constant Orbaan vaak bij betrokken. Een klassieker is ook een gedicht over de circa veertien jaar oude Jan Timman, die in een teamwedstrijd Delft – Dordrecht Leo Jansen stevig partij geeft maar tot zijn verdriet toch met een remise genoegen moet nemen. Het Timman-gedicht haalde in 1978 prominent het NRC in het dagboek op de zaterdag, toen de gemeente Dordrecht hem tot ereburger van de stad benoemde.

    De Belgische schaakverzamelaar Daniël de Mol heeft eens eerder in een beperkte oplage het boekje: “De schakende Dichter, een hommage aan C.Buddingh” uitgegeven.

    Het schaakleven van de Dordtse schrijver/dichter Kees Buddingh’ (1918-1985) kreeg verder aandacht in een boek, dat werd uitgegeven ter gelegenheid van de herdenking van zijn twintigste sterfdag. Grootmeester Hans Ree en schaakvriend Roel Leentvaar stelden tekst beschikbaar. Ook van Buddingh zelf werden teksten opgenomen, zoals: ”Het belang van het schaakspel voor de mens is helaas nog niet tot iedere werkgever doorgedrongen. En ook niet, helaas nog niet tot enige televisiezendtijdgemachtige (dat moet denk ik vergenoegd een van de langste woorden in het Nederlands zijn. Maar één lettergreep minder dan Lekkerkerkerkerkeraadsvergadering.”

    Verder was er in 2006 in Dordrecht een Buddingh- schaaktoernooi en wordt de herrinering aan Cees Buddingh levend gehouden door het Dordtse Buddingh’ genootschap.

    En ook in het bij het in 2006 bij het Lustrum van het jaarlijkse Essent schaaktoernooi verschenen boekje Schaak gedichten/Chess Poetry, bundel bij Essent schaaktournooi, (Gebonden, tweetalig, Nederlands/Engels) komt nog een (uiteraard oud) stukje van Cees Buddingh voor:

    Hij (Kortsnoi) dwaalde al die tijd langs de borden, zelfs toen hij een broodje kaas zat te eten met een glas melk erbij (hij schijnt last van zijn maag te hebben) zat hij met argusogen de stelling op het bord naast hem te analyseren. Ik moest denken aan het antwoord dat Tal eens gaf toen men hem vroeg of hij nog wel eens iets anders deed dan schaken, -‘Ja.’-‘Wat dan?’-‘Denken aan schaken.’- Die bezetenheid heb ik nooit kunnen opbrengen, zelfs niet voor de poëzie. (uit C.Buddingh, Dagboeknotities 1967-1972, blz. 56/57/58-14-02-1968)

    Tot slot zomaar nog wat schaakcitaten van de Dortse schrijver / dichter / schaker Cees Buddingh: 

    Negentien over twaalf: in het laatste nieuwsbulletin op Nederland II vertelt Fred Emmer, dat Jan Timman (in het Hoogoventoernooi, tweede ronde) zijn afgebroken partij gewonnen heeft van Miles. Dat is weer een perfecte prestatie en toch wordt Jan nooit wereldkampioen. Ik ken hem niet goed, maar goed genoeg. Hij is veel te aardig, te beschaafd, te minzaam, te creatief zelfs. Om vandaag de dag wereldkampioen schaken te worden moet je een op een computer aangesloten androïde zijn. (uit C.Buddingh, Dagboeknotities 1977-1985, blz. 138, 21-1-1978)

    Zo te lezen heeft Fischer een enorme blunder gemaakt. Ja, al laat je zeshonderd keer een ander schaakbord timmeren en achtentachtig keer het licht veranderen en tien of twintig of honderd rijen toeschouwers verwijderen: het moet toch uit dat kleine bolletje komen dat daar boven op je schouders staat.( uit C.Buddingh, En in een mum is het avond, blz. 35, 13-07-1972) 

    De politiek is als een soort doorlopend gambietspel op het schaakbord: er wordt telkens wat weggegeven: een pion, nog een pion, een kwaliteit, soms zelfs een vol stuk – in de hoop daardoor voordeel te behalen. Maar schakers weten dat niet alle gambietspelen gunstig aflopen. Er zijn er zelfs die als ‘ongezond’ of ‘zeer ongezond’ te boek staan. (uit C.Buddingh, En in een mum is het avond, blz. 136, 08-05-1973)

    Wat is schaken toch mooi – als je wint. Ja, als je niet wint, kan je altijd nog denken dat je eigenlijk had moeten winnen of ten minste remise had moeten maken, als er niet een belachelijk ongelukje was gebeurd. (C. Buddingh, Dagboeknotities 1976)

    Hij had er duidelijk zwaar de pest in dat hij deze partij verloor – en daarom denk ik er nog altijd met dubbel plezier aan terug. (C. Buddingh, Dagboeknotities 1976).

    Schaken en verzen schrijven hebben dit gemeen, dat het in de allereerste plaats gaat om het creëren van spanningen. (C. Buddingh).